Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO8234

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2004
Datum publicatie
23-04-2004
Zaaknummer
39510
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Toepassing maximering bij berekening premie-inkomen voor verzoek middelingsteruggaaf ex art. 72a WAZ

Wetsverwijzingen
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 72
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 72a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2004/231
FED 2004/307
FED 2004/251
WFR 2004/707, 2
Belastingadvies 2004/10.4
V-N 2004/23.13 met annotatie van Redactie
FutD 2004-0758
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 39.510

23 april 2004

whk

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 maart 2003, nr. 02/03296, betreffende na te melden verzoek om teruggaaf van premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

1. Verzoek om middeling, bezwaar en geding voor het Hof

Belanghebbende heeft op grond van artikel 72a, lid 1, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (hierna: WAZ) verzocht om teruggaaf van premie over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000, welk verzoek bij beschikking van de Inspecteur is afgewezen. Die beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2004.