Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO6643

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-04-2004
Datum publicatie
02-04-2004
Zaaknummer
C02/326HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO6643
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

2 april 2004 Eerste Kamer Nr. C02/326HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 178
JWB 2004/139
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 april 2004

Eerste Kamer

Nr. C02/326HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 8 april 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, [verweerster] te veroordelen aan [eiser] te betalen (1) een bedrag van ƒ 305.292,-- binnen vijf dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 1998, en (2) een bedrag van ƒ 1.431,15 ter zake van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 25 september 1998 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 8 september 2000 de vorderingen geheel toegewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij akte ter zitting van 27 maart 2001 heeft [verweerster] haar eis vermeerderd en gevorderd het vonnis van 8 september 2000 te vernietigen, de vordering van [eiser] af te wijzen en hem te veroordelen tot terugbetaling aan haar van het bedrag van ƒ 379.820,92, zijnde de door haar aan hem betaalde hoofdsom, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 december 2000 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bij arrest van 13 juni 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] afgewezen en de vordering van [verweerster] toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 4.551,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren D.H. Beukenhorst, als voorzitter, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 april 2004.