Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO4595

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-04-2004
Datum publicatie
23-04-2004
Zaaknummer
C02/336HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO4595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

23 april 2004 Eerste Kamer Nr. C02/336HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering, t e g e n STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING, handelende onder de naam SRK Rechtsbijstand, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. G.C. Makkink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 216
JWB 2004/161
JAR 2004/116 met annotatie van Mr. M.S.A. Vegter
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 april 2004

Eerste Kamer

Nr. C02/336HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. W.G.H. van de Wetering,

t e g e n

STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING, handelende onder de naam SRK Rechtsbijstand,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G.C. Makkink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 14 september 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: SRK - gedagvaard voor de kantonrechter te Delft en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te bepalen dat het door SRK aan [eiseres] met ingang van 1 juni 2000 verleende ontslag kennelijk onredelijk is;

2. SRK te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een schadeloosstelling ten bedrage van ƒ 90.848,--, althans een naar redelijkheid en billijkheid te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, en

3. tot het betalen van een bruto uitkering overeenkomstig 14 2/3 werkdag, zijnde de loonwaarde van 14 2/3 vakantiedag.

SRK heeft de vorderingen bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 5 april 2001 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiseres] als bedoeld in rov. 4.4 van dit vonnis en bij eindvonnis van 17 mei 2001 verstaan dat de vordering tot vergoeding van niet-genoten vakantiedagen is ingetrokken en de overige vorderingen afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage. Bij memorie van grieven heeft zij haar eis onder 2, (nogmaals) aangevuld met een vordering tot vergoeding van een schadeloosstelling naar redelijkheid en billijkheid, mocht door de rechtbank de gevorderde schadeloosstelling ter hoogte van ƒ 90.848,-- met de wettelijke rente daarover worden afgewezen.

Bij vonnis van 4 september 2002 heeft de rechtbank de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

SRK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SRK begroot op € 1.141,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2004.