Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO3171

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2004
Datum publicatie
09-04-2004
Zaaknummer
R03/008HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO3171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

9 april 2004 Eerste Kamer Nr. R03/008HR JMH/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende op Aruba, EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. J. Groen, thans mr. H.H. Barendrecht, t e g e n HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 195
PJ 2004/107
JWB 2004/142
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 april 2004

Eerste Kamer

Nr. R03/008HR

JMH/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende op Aruba,

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. J. Groen, thans mr. H.H. Barendrecht,

t e g e n

HET LAND ARUBA, gevestigd op Aruba,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 24 januari 2001 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, hierna: het gerecht, ingediend verzoekschrift heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - zich gewend tot dat Gerecht en verzocht, na vermindering van eis bij conclusie van repliek, bij vonnis

- voor recht te verklaren dat [eiser] recht heeft op pensioen als gewezen eilandslid, zonder enige korting;

- verweerder in cassatie - verder te noemen: het Land - te gebieden om binnen één maand na de uitspraak in de onderhavige zaak, althans binnen een zodanige termijn als het gerecht naar billijkheid en in goede justitie zal vermenen te behoren, aan [eiser] op grond van "Pensioenregeling leden van de Eilandsraad" pensioenuitkering over de periode 1 januari 1986 tot 13 april 1994 als gewezen eilandslid toe te kennen, een en ander vermeerderd met het bedrag dat [eiser] blijkens vaststelling door de bevoegde fiscale autoriteiten terzake daarvan over het jaar van uitbetaling van genoemde som aan belasting verschuldigd zal zijn, en

- het Land te veroordelen in de proceskosten.

Het Land heeft de vorderingen bestreden.

Het gerecht heeft bij vonnis van 30 januari 2002 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.

Bij vonnis van 15 oktober 2002 heeft het hof het vonnis van het gerecht bevestigd.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het Land heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Land begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 april 2004.