Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AO3165

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-04-2004
Datum publicatie
16-04-2004
Zaaknummer
C02/340HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO3165
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

16 april 2004 Eerste Kamer Nr. C02/340HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de naamloze vennootschap naar het recht van de Nederlandse Antillen CATS MACHINERY N.V., gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen en kantoorhoudende te Maassluis, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n PROVINCIE ZUID-HOLLAND, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 42
Faillissementswet 51
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 206
JWB 2004/149
JOR 2004/252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 april 2004

Eerste Kamer

Nr. C02/340HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de naamloze vennootschap naar het recht van de Nederlandse Antillen CATS MACHINERY N.V.,

gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen en kantoorhoudende te Maassluis,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

PROVINCIE ZUID-HOLLAND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.H. van der Woude.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Cats - heeft bij exploot van 23 december 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Provincie - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de Provincie te veroordelen om aan Cats tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

A de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die Intras heeft geleden als gevolg van het nemen van het vernietigde besluit van 23 juni 1993;

B de wettelijke rente over het bedrag A, te rekenen vanaf 24 februari 1995;

C de kosten die Intras c.q. Cats buiten rechte heeft moeten maken om tot vaststelling van de aansprakelijkheid van de Provincie en incasso van haar vordering te (kunnen) komen, welke kosten worden begroot op 15% van het totaal van voormelde bedragen;

D vermeerderd met de wettelijke rente over het onder C genoemde bedrag te rekenen vanaf 24 februari 1995.

De Provincie heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 17 juni 1998 de Provincie veroordeeld tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die Intras heeft geleden als gevolg van het hiervoor vermelde besluit, waaronder de kosten van Intras/Cats ter vaststellig van aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte als bepaald in art. 6:96 lid 2 onder b en c 3 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 februari 1995, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de Provincie hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij tussenarrest van 19 oktober 2000 heeft het hof een comparitie van partijen gelast en bij eindarrest van 8 augustus 2002 het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Cats niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het hof heeft Cats beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Cats in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 16 april 2004.