Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2004:AN9075

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-01-2004
Datum publicatie
30-01-2004
Zaaknummer
C02/255HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AN9075
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/255HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n AMEV SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 47
JWB 2004/29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 januari 2004

Eerste Kamer

Nr. C02/255HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

AMEV SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 5 april 1993 verweerster in cassatie - verder te noemen: Amev - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover wettelijke mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Amev te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 50.216,-- in hoofdsom, plus de wettelijke rente vanaf de dag der ingebrekestelling (10 februari 1993) tot de dag der algehele voldoening, althans een bedrag als de rechtbank juist toeschijnt.

Amev heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 oktober 1994 [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij eindvonnis van 15 mei 1996 de vordering afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij tussenarrest van 22 november 2001 heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen, een deskundige benoemd en een comparitie van partijen gelast. Bij eindarrest van 28 maart 2002 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Amev heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 december 2003 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in het middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Amev begroot op € 661,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 30 januari 2004.