Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AN7444

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2003
Datum publicatie
19-12-2003
Zaaknummer
C02/252HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AN7444
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/252HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 699
JWB 2003/489
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/252HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: de man - heeft bij exploot van 14 januari 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van:

1. een bedrag van ƒ 260.000,--, bij conclusie van repliek vermeerderd tot een bedrag van ƒ 278.000,--;

2. de helft van de afkoopwaarde van de polis bij Nationale Nederlanden met polisnummer [001], nader vast te stellen;

3. een bedrag van ƒ 10.836,76, en

4. een bedrag van ƒ 571,50,

telkens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 1998, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

De vrouw heeft zich verzet tegen de vermeerdering van eis en de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 21 maart 2000 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 20 december 2000 de vrouw veroordeeld tot betaling aan de man van een bedrag van ƒ 571,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 1998, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 24 april 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen vrouw is verstek verleend.

De man heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de man heeft bij brief van 13 november 2003 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in het middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 19 december 2003.