Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AM2962

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2003
Datum publicatie
19-12-2003
Zaaknummer
C02/257HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AM2962
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/257HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats] EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerder 3], wonende te Assen, 4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 701
JWB 2003/496
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/257HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats]

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Verweerder 3],

wonende te Assen,

4. [Verweerder 4],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [verweerder 1], [verweerder 2], [verweerder 3] en [verweerder 4], dan wel gezamenlijk: de exploitanten - hebben bij vier exploten van 7 maart 1996 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen.

[Verweerder 1] en [verweerder 2] hebben - na vermindering van eis - gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen tot betaling van ƒ 6.277,-- respectievelijk ƒ 14.332,35, in beide gevallen vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 februari 1996.

[Verweerder 3] en [verweerder 4] hebben - na vermeerdering van eis - gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen tot betaling van ƒ 26.253,-- respectievelijk ƒ 27.170,61, telkens vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 februari 1996.

[Eiser] heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij vier tussenvonnissen van 4 juli 1996 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnissen 29 mei 1997 [eiser] tot bewijslevering toegelaten.

Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij vier tussenvonnissen van 3 september 1998 een tweede comparitie van partijen gelast en bij vier tussen-vonnissen van 18 november 1999 een derde comparitie van partijen gelast.

Bij vier eindvonnissen van 31 augustus 2000 heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld om aan [verweerder 1] te betalen ƒ 3.000,--, aan [verweerder 2] ƒ 5.100,--, aan [verweerder 3] ƒ 7.000,-- en aan [verweerder 4] ƒ 5.631,30, in alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 februari 1996, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen alle vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De exploitanten hebben (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft de vier appellen gevoegd behandeld.

Bij arrest van 12 februari 2002 heeft het hof in het principaal appel in alle vier zaken het hoger beroep verworpen. In het incidenteel appel van [verweerder 1] en [verweerder 4] heeft het hof de tussen partijen gewezen eindvonnissen vernietigd voorzover daarbij [eiser] is veroordeeld aan [verweerder 1] en [verweerder 4] te betalen een bedrag van ƒ 3.000,-- respectievelijk ƒ 5.631,30 met de wettelijke rente, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [verweerder 1] € 1.619,37 en aan [verweerder 4] € 3.780,77, in beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, en die vonnissen voor het overige bekrachtigd. In het incidenteel appel van [verweerder 2] en [verweerder 3] heeft het hof het hoger beroep verworpen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen exploitanten is verstek verleend.

[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de exploitanten begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 19 december 2003.