Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AM2310

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-12-2003
Datum publicatie
08-12-2003
Zaaknummer
C02/170HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AM2310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

5 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/170HR AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, incidenteel verweerders, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, incidenteel eiser, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 639
JWB 2003/458
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 december 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/170HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

incidenteel verweerders,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

incidenteel eiser,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder in enkelvoud aangeduid als: [eiser] - heeft bij exploot van 26 februari 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd [verweerder] te veroordelen aan [eiser] te voldoen de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd:

1. voor recht te verklaren dat [eiser] aansprakelijk is voor de schade die [verweerder] heeft geleden en nog zal lijden wegens de door [eiser] tegen hem aangespannen procedure in conventie;

2. te bepalen dat [eiser] dient te vergoeden de door [verweerder] terzake geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Eiser] heeft de vordering in reconventie bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 14 januari 2000 de vorderingen in conventie en reconventie afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel appel ingesteld.

Bij arrest van 14 februari 2002 heeft het hof zowel in het principaal appel als in het voorwaardelijk incidenteel appel het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Voorts heeft het hof in het incidenteel appel het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt zowel in het principale als in het incidentele beroep tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep;

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris;

in het incidentele beroep;

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 december 2003.