Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AL8207

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-10-2003
Datum publicatie
31-10-2003
Zaaknummer
1385
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AL8207
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Nr. 1385 31 oktober 2003 Za in de zaak van de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]", gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres tot cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen, tegen [Verweerder], wonende te [woonplaats], verweerder in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans. 1. Het geding in cassatie...

Wetsverwijzingen
Landinrichtingswet 182
Landinrichtingswet 217
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWB 2003/412
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 1385

31 oktober 2003

Za

in de zaak van

de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]",

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres tot cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen,

tegen

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder in cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.

1. Het geding in cassatie

1.1. De Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "[A]" (hierna: de Landinrichtingscommissie) heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank te Groningen van 22 januari 2003, waarbij de Rechtbank op de voet van artikel 217, lid 1, van de Landinrichtingswet (hierna: de Wet) heeft beslist op een bezwaar tegen de lijst van geldelijke regelingen.

1.2. De Landinrichtingscommissie heeft de verklaring als bedoeld in artikel 182, lid 2, van de Wet afgelegd op 19 februari 2003.

1.3. De betekening als bedoeld in artikel 182, lid 3, van de Wet heeft plaatsgehad op 6 maart 2003.

1.4. [Verweerder] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Landinrichtingscommissie in haar beroep in cassatie.

1.5. Partijen hebben hun standpunt doen toelichten door hun advocaten.

1.6. De Advocaat-Generaal Th. Groeneveld heeft op 5 september 2003 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de Landinrichtingscommissie in haar beroep in cassatie.

1.7. De advocaat van de Landinrichtingscommissie heeft schriftelijk op deze conclusie gereageerd.

2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Ingevolge artikel 182, lid 3, van de Wet - hier van overeenkomstige toepassing op grond van artikel 217, lid 2, van de Wet - dient de daarin omschreven betekening te geschieden binnen veertien dagen na de aflegging van de verklaring als bedoeld in het tweede lid van die bepaling. Nu die betekening heeft plaatsgehad op de vijftiende dag na de aflegging van de evenbedoelde verklaring, dient de Landinrichtingscommissie niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep in cassatie.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de Landinrichtingscommissie niet-ontvankelijk in haar beroep in cassatie,

veroordeelt de Landinrichtingscommissie in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van [verweerder], tot op deze uitspraak begroot op € 316,33 aan verschotten en € 1365 voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en C.J.J. van Maanen, en door de raadsheer F.B. Bakels uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2003.