Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AJ3234

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-11-2003
Datum publicatie
28-11-2003
Zaaknummer
C02/185HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AJ3234
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

28 november 2003 Eerste Kamer Nr. C02/185HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. L.A. van der Niet, t e g e n [verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 620
JWB 2003/449
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 november 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/185HR

JMH/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. L.A. van der Niet,

t e g e n

[verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 1 maart 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht en - kort gezegd - gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het tijdstip te bepalen waarop de huurovereenkomst tussen [eiseres] als verhuurster en [verweerster] als huurster betreffende de bedrijfsruimte aan de [a-straat 1] te [vestigingsplaats] zal eindigen, met vaststelling van het tijdstip van de ontruiming en met veroordeling van [verweerster] tot ontruiming van het gehuurde.

[Verweerster] heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [eiseres], en subsidiair tot gedeeltelijke afwijzing van de vordering voor wat betreft het showroom- en het opslaggedeelte alsmede het daarbij behorende terrein. Daarnaast heeft [verweerster] in voorwaardelijke reconventie gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen aan [verweerster] te voldoen de door haar geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de (gedeeltelijke) beƫindiging van de huurovereenkomst tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiseres] heeft de vordering in voorwaardelijke reconventie bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 13 september 2000 een gerechtelijke plaatsopneming met gelijktijdige comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 25 april 2001 heeft de kantonrechter in conventie de vordering afgewezen.

Tegen dit in conventie en in voorwaardelijk reconventie gewezen eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Utrecht.

Bij vonnis van 20 februari 2002 heeft de rechtbank het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 28 november 2003.