Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AI0266

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-10-2003
Datum publicatie
03-10-2003
Zaaknummer
C02/020HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0266
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/020HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n de [verweerders] van [betrokkene 1], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in feitelijke instanties

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 478
JWB 2003/374
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 oktober 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/020HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

de erven van [verweerder],

laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 11 december 1998 wijlen [verweerder] - verder te noemen: [verweerder] - in versneld regime gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 30.000,-- te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van ƒ 3.507,37 en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen, te rekenen vanaf 12 april 1998.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds een vordering in reconventie ingesteld die in cassatie geen rol speelt.

Op 7 april 1999 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Hierna heeft de rechtbank bij tussenvonnis 2 juni 1999 een deskundigenbericht bevolen met betrekking tot de vraag of de handtekening onder de "overeenkomst tot verkoop" afkomstig is van [verweerder]. Na deskundigenbericht heeft de rechtbank bij eindvonnis van 9 februari 2000 de vordering in conventie afgewezen.

Tegen het tussenvonnis van 2 juni 1999 en het eindvonnis van 9 februari 2000 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Nadat [eiser] hoger beroep had ingesteld, is [verweerder] overleden. Hierna is het rechtsgeding geschorst. [Eiser] heeft verweerders in cassatie - verder te noemen: [erven van verweerder] - bij exploit gedagvaard tot hervatting van het geding.

Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn eis in zoverre gewijzigd dat hij heeft gevorderd [de erven van verweerder] te veroordelen primair tot betaling van een bedrag van ƒ 42.500,-- althans ƒ 30.000,--, met wettelijke rente, en subsidiair tot betaling van een bedrag van ƒ 4.700,-- althans een gebruikelijk, althans redelijk loon, met wettelijke rente.

Bij arrest van 8 augustus 2001 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep, voor zover in conventie gewezen, bekrachtigd en de in hoger beroep gewijzigde vordering afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[De erven van verweerder] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de erven van verweerder] begroot op € 571,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 3 oktober 2003.