Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF8577

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-07-2003
Datum publicatie
11-07-2003
Zaaknummer
C02/093HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF8577
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C02/093HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [verweerder], kantoorhoudende te [plaats],

VERWEERDER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. D.M. de Knijff, thans mr E. van Staden ten Brink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2003-07-11
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 517, geldigheid: 2003-07-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 399
JWB 2003/276

Uitspraak

11 juli 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/093HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

kantoorhoudende te [plaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. D.M. de Knijff,

thans mr E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 3 mei 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: de notaris - gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de notaris te veroordelen om aan [eiser] te voldoen:

- ƒ 31.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 juni 1995 tot aan de datum van voldoening;

- ƒ 9.297,27, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 18 december 1995 tot aan de datum van voldoening, en

- de verdere door hem geleden schade als gevolg van het feit dat de veiling bij wege van afslag op 19 juni 1995 geen doorgang heeft gevonden, welke schade is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De notaris heeft de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 30 januari 1997 de notaris tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 26 november 1998 aan [eiser] zijn vorderingen ontzegd.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 10 januari 2002 heeft het Hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De notaris heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Groenveld begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 juli 2003.