Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF7883

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2003
Datum publicatie
19-06-2003
Zaaknummer
C01/239HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF7883
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gesteld wordt dat art. 7:23 lid 1 eist dat de daar bedoelde kennisgeving binnen bekwame tijd moet worden gedaan nadat de koper 'heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken' dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 327
JWB 2003/242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/239HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1], en

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. L.A. van der Niet,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

e n

2. [Verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [verweerder 1] en [verweerster 2], dan wel gezamenlijk: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 30 maart 1999 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] c.s. te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 157.000,-- althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met een bedrag aan bijkomende kosten, nader op te maken bij staat, alsmede een bedrag van ƒ 2.500,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, alle bedragen vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 22 december 1998, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding.

[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 23 november 1999 een deskundigenonderzoek gelast, twee deskundigen benoemd, een aantal vragen geformuleerd, en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit tussenvonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 2 november 2000 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [verweerder] c.s. Bij eindarrest van 5 april 2001 heeft het Hof voormeld vonnis van de Rechtbank te Breda bekrachtigd en de zaak naar die Rechtbank voor verdere behandeling verwezen.

Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder 1] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweerster 2] is verstek verleend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder 1] mede door mr. J.P. Heering, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 885,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerster 2] op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 13 juni 2003.