Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF7424

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2003
Datum publicatie
11-07-2003
Zaaknummer
C01/294HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF7424
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/294HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. S. Simonetti, t e g e n AXA SCHADE N.V., voorheen genaamd UAP NIEUW ROTTERDAM SCHADE N.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude.

1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 355
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 juni 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/294HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. S. Simonetti,

t e g e n

AXA SCHADE N.V., voorheen genaamd UAP NIEUW ROTTERDAM SCHADE N.V., gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.H. van der Woude.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 31 maart 1993 Nieuw Rotterdam Schade N.V., ten onrechte gedagvaard als Nieuw Rotterdam Verzekeringen N.V., gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, voor mogelijk uitvoerbaar bij voorraad zonder borgtocht Nieuw Rotterdam Schade N.V. te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 26.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

Nieuw Rotterdam Schade N.V. heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 4 november 1994 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij tussenarrest van 6 juni 1996 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiser] en bij tussenarrest van 2 oktober 1997 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door UAP Nieuw Rotterdam Schade N.V. om aan te geven op welke grond zij rechtsopvolgster is van Nieuw Rotterdam Schade N.V. Vervolgens heeft het Hof bij tussenarrest van 5 februari 1998 een comparitie van partijen gelast.

Per 1 januari 1999 is de statutaire naam van UAP Nieuw Rotterdam N.V. gewijzigd in AXA Schade N.V., thans verweerster in cassatie, verder te noemen: AXA.

Bij tussenarrest van 30 maart 2000 heeft het Hof [eiser] tot bewijslevering toegelaten.

Na enquête en pleidooi heeft het Hof bij eindarrest van 17 mei 2001 het vonnis van de Rechtbank waarvan beroep bekrachtigd.

De arresten van het Hof van 5 februari 1998, 30 maart 2000 en 17 mei 2001 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de drie laatstvermelde arresten van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

AXA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor AXA mede door mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AXA begroot op € 384,44 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 juni 2003.