Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF6779

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2003
Datum publicatie
30-06-2003
Zaaknummer
C01/317HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF6779
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

27 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C01/317HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de vennootschap naar vreemd recht LA FONTANA SIRENA LIMITED, gevestigd te Piraeus, Griekenland, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n 1. IGEB INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Rotterdam, 2. FEDERAL EXPRESS LOGISTICS SERVICES B.V.,

gevestigd te Barendrecht, 3. [A]. B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], 4. de vennootschap naar Japans recht TOKYO MARINE AND FIRE INSURANCE COMPANY LIMITED, gevestigd te Tokio, Japan, 5. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging MINNETONKA INSURANCE CY., gevestigd te Minnetonka, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. M.V. Polak. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2003-06-27
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 150, geldigheid: 2003-06-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 357
S&S 2004, 74
JWB 2003/272

Uitspraak

27 juni 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/317HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht LA FONTANA SIRENA LIMITED, gevestigd te Piraeus, Griekenland,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

1. IGEB INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Rotterdam,

2. FEDERAL EXPRESS LOGISTICS SERVICES B.V., gevestigd te Barendrecht,

3. [A]. B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

4. de vennootschap naar Japans recht TOKYO MARINE AND FIRE INSURANCE COMPANY LIMITED, gevestigd te Tokio, Japan,

5. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging MINNETONKA INSURANCE CY., gevestigd te Minnetonka, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. M.V. Polak.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweersters in cassatie - tezamen verder te noemen: Igeb c.s. - hebben bij exploit van 12 december 1990 eiseres tot cassatie - verder te noemen: La Fontana - en de rechtspersoon naar Engels recht Ceres Chemical Tankers Limited, gevestigd te London, Groot-Brittannië, hierna: Ceres, gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voorzover de wet zulks toelaat, La Fontana en Ceres hoofdelijk des dat de een betaald hebbende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan ieder van Igeb c.s. te betalen de in het petitum vermelde bedragen, in totaal begroot op een bedrag van ƒ 472.104,88, te vermeerderen met de wettelijke rente sedert de dag van deze dagvaarding tot aan die der algehele voldoening.

La Fontana en Ceres hebben primair de vordering jegens Ceres, subsidiair de vordering jegens La Fontana bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 3 oktober 1996 La Fontana tot bewijslevering toegelaten en na gehouden enquêtes bij tussenvonnis van 3 juni 1999 een comparitie van partijen gelast.

Tegen het tussenvonnis van 3 juni 1999 hebben La Fontana en Ceres hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 3 juli 2001 heeft het Hof de vonnissen van de Rechtbank te Rotterdam van 3 oktober 1996 en 3 juni 1999, gewezen in de zaak tussen La Fontana en Igeb c.s., bekrachtigd en de zaak ter verdere afdoening naar die Rechtbank verwezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft La Fontana beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Igeb c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor La Fontana mede door mr. F.E. Vermeulen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt La Fontana in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Igeb c.s. begroot op € 301,85 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 juni 2003.