Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF6596

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-06-2003
Datum publicatie
17-06-2003
Zaaknummer
02618/01 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF6596
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

17 juni 2003

Strafkamer

nr. 02618/01 B

EW/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 november 2001, nummer RK01/1345, op een beklag ingediend door:

[betrokkene] (in de bestreden beschikking aangeduid als: [...]), geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittanië) op [geboortedatum] 1937, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

1.1. De Rechtbank heeft het klaagschrift voorzover inhoudende dat aan het rechtshulpverzoek geen uitvoering mag worden gegeven dan nadat daarvoor verlof van de Rechtbank is verkregen gegrond verklaard en voorts de overige verzoeken van de betrokkene afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 552oa
Wetboek van Strafvordering 552p
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 346
NJ 2003, 634
NBSTRAF 2003/339
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 juni 2003

Strafkamer

nr. 02618/01 B

EW/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 november 2001, nummer RK01/1345, op een beklag ingediend door:

[betrokkene] (in de bestreden beschikking aangeduid als: [...]), geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittanië) op [geboortedatum] 1937, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

1.1. De Rechtbank heeft het klaagschrift voorzover inhoudende dat aan het rechtshulpverzoek geen uitvoering mag worden gegeven dan nadat daarvoor verlof van de Rechtbank is verkregen gegrond verklaard en voorts de overige verzoeken van de betrokkene afgewezen.

1.2. De bestreden beschikking is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. T.B. Trotman, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn beklag.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

3.1. Uit het systeem van Titel X van het Boek IV van het Wetboek van Strafvordering volgt dat het door de Rechtbank te verlenen verlof slechts is vereist ingeval van de afgifte van gegevens die zijn vergaard ter uitvoering van een rechtshulpverzoek. Uit niets blijkt dat de wetgever ook de afgifte van gegevens die reeds (al dan niet met toepassing van dwangmiddelen) waren vergaard in het kader van een onderzoek in een Nederlandse strafzaak, van een voorafgaand rechterlijk verlof afhankelijk heeft willen stellen. Dat brengt mee dat de Officier van Justitie niet het verlof van de Rechtbank behoeft alvorens dergelijke gegevens kunnen worden afgegeven aan de verzoekende buitenlandse autoriteiten.

3.2. Voorts voorziet de wet niet in het doen van beklag tegen het voornemen van de Officier van Justitie tot afgifte van de onder hem berustende gegevens aan de verzoekende buitenlandse autoriteiten, hetgeen onverlet laat dat in het - zich hier niet voordoende - geval waarin de afgifte afhankelijk is gesteld van een rechterlijk verlof, in het kader van de behandeling van dat verlof bezwaar kan worden gemaakt tegen de verlening van het verlof door de rechter.

3.3. Uit het voorgaande volgt dat de Rechtbank de betrokkene ten onrechte heeft ontvangen in zijn klaagschrift en daarop heeft beslist, alsmede dat de Hoge Raad de betrokkene niet kan ontvangen in zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de Rechtbank.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2003.