Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF6197

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-06-2003
Datum publicatie
06-06-2003
Zaaknummer
C01/209HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF6197
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2003-06-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 303
JWB 2003/234

Uitspraak

6 juni 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/209HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A. Leijten,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 28 januari 1997 eiser tot cassatie alsmede [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] - verder afzonderlijk te noemen: [A] en [eiser], dan wel gezamenlijk [eiser] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [Eiser] c.s. te veroordelen om aan [verweerder] c.s. alle schade, zowel het geleden verlies als de gederfde winst, ontstaan door de blijvende niet nakoming van de verplichting van [eiser] c.s. om aan [verweerder] c.s. het recht op levering te verschaffen jegens de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten van de onroerende zaken, gelegen te Amsterdam aan de Lutmastraat 191-197, te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en

2. [Eiser] c.s. te veroordelen om [verweerder] c.s. binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de door [verweerder] c.s. gemaakte buitengerechtelijke kosten ten belope van ƒ 1.869,13 te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

[Eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden en voorwaardelijk, voor het geval de Rechtbank mocht oordelen dat er tussen partijen een wilsovereenkomst zoals gerelateerd in de dagvaarding onder 1 bestond, in reconventie gevorderd deze overeenkomst te vernietigen op grond van dwaling en subsidiair, voorwaardelijk, indien de Rechtbank mocht oordelen dat de intentieverklaring d.d. 9 oktober 1996 de overeenkomst tussen partijen behelst, waarvan thans in rechte nakoming wordt gevorderd door [verweerder] c.s., deze overeenkomst te ontbinden op grond van dwaling, alsook [verweerder] c.s. te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] c.s. geleden en te lijden schade.

[Verweerder] c.s. hebben in voorwaardelijke reconventie de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 18 november 1998 in conventie [verweerder] c.s. niet-ontvankelijk in hun vorderingen verklaard en in reconventie vastgesteld dat op de reconventionele vordering niet behoeft te worden beslist.

Tegen dit vonnis hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij tussenarrest van 12 oktober 2000 heeft het Hof een comparitie van partijen gelast en bij eindarrest van 5 april 2001 in conventie en in reconventie het vonnis waarvan beroep vernietigd en opnieuw rechtdoende in conventie de primaire vordering van [verweerder] c.s. toegewezen en in reconventie de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen.

Het eindarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. G.R. den Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 6 juni 2003.