Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF4521

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-02-2003
Datum publicatie
14-02-2003
Zaaknummer
37964
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 372 met annotatie van Van Gijlswijk
BNB 2003/174
FED 2003/129
WFR 2003/349, 1
Belastingadvies 2003/4.11
V-N 2003/12.12

Uitspraak

Nr. 37.964

14 februari 2003

RB

gewezen op het beroep in cassatie van de X U.A. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 januari 2002, nr. 379/01, betreffende na te melden aanslagen in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslagen, navorderingsaanslag, bezwaren en geding voor het Hof

Aan belanghebbende zijn voor de jaren 1997, 1998 en 1999 aanslagen in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 14.559.718, respectievelijk ƒ 18.547.966 en ƒ 14.747.142, alsmede een navorderingsaanslag voor het jaar 1997 naar een belastbaar bedrag van ƒ 17.639.300, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraken bij één beroepschrift in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. R.J. de Vries, advocaat te Amsterdam.

3. Beoordeling van het middel

Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2003.