Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF3806

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-05-2003
Datum publicatie
02-05-2003
Zaaknummer
C02/017HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF3806
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Pachtwet 9, geldigheid: 2003-05-02
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2003-05-02
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 261
JWB 2003/204

Uitspraak

2 mei 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/017HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

HOBAHO B.V., gevestigd te Lisse,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

1. de vennootschap onder firma [A],

2. [Verweerder 2],

3. [Verweerster 3],

4. [Verweerder 4], gevestigd, resp. wonende te [plaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Hobaho - heeft bij exploit van 26 augustus 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerders] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerders], hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan Hobaho te betalen een bedrag van ƒ 132.400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerders] hebben de vordering bestreden en in reconventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Hobaho te veroordelen om aan [verweerders] te betalen een bedrag van ƒ 427.461,69, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 november 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 december 1998 een comparitie van partijen gelast.

Vervolgens hebben [verweerders] pleidooi gevraagd, welk verzoek zij bij brief van 12 oktober 1999 hebben toegelicht.

De Rolrechter heeft bij beslissing van 19 oktober 1999 het verzoek om pleidooi afgewezen en de zaak naar de rol verwezen voor fourneren van stukken.

Bij eindvonnis van 19 januari 2000 heeft de Rechtbank in conventie de vordering toegewezen en in reconventie de vordering afgewezen.

Tegen voormelde rolbeschikking en de twee vermelde vonnissen hebben [verweerders] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 19 september 2001 heeft het Hof het bestreden eindvonnis van de Rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende de vorderingen in conventie en in reconventie afgewezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Hobaho beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

Verwerpt het beroep;

Veroordeelt Hobaho in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 1.631,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 2 mei 2003.