Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF2677

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-03-2003
Datum publicatie
28-03-2003
Zaaknummer
C01/192HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF2677
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Koophandel 468
Wetboek van Koophandel 469
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 184
S&S 2005, 133
JWB 2003/148
CMI 167
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 maart 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/192HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de vennootschap naar Duits recht [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], Bondsrepubliek Duitsland,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders,

t e g e n

[verweerder], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman.

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor de loop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en thans eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 11 juni 1993, nr. 14969, NJ 1995, 235. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het beroep verworpen.

Na een ingevolge een tussenvonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 24 november 1989 niet gehouden comparitie van partijen heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 28 maart 1996 een deskundigenonderzoek bevolen en twee deskundigen benoemd.

Na deskundigenbericht heeft [eiseres] de grondslag van haar eis gewijzigd en geconcludeerd dat [verweerder] aansprakelijk is wegens onrechtmatige daad.

De Rechtbank heeft bij eindvonnis van 5 februari 1998 de vordering van [eiseres] afgewezen.

Tegen dit eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] gevorderd voormeld eindvonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van UK£ 37.059,28, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlandse courant tegen de hoogste koers van de dag van betaling, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 1987 tot en met de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

[Eiseres] heeft bij memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [verweerder] in zijn appel.

Bij arrest van 13 maart 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 16 januari 2003 op deze conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.600,57 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 28 maart 2003.