Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF2297

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-03-2003
Datum publicatie
21-03-2003
Zaaknummer
C01/229HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF2297
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 42
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 169
JWB 2003/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 maart 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/229HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

Mr. Adolph Robert Phoenix BODDAERT, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], kantoorhoudende te Alkmaar,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. C.J.J.C. van Nispen,

t e g e n

[verweerster], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploit van 23 februari 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Rechtbank te Alkmaar. Na wijziging van eis heeft hij gevorderd bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat:

1. voor recht te verklaren (a) dat de curator terecht de in het lichaam van de dagvaarding vermelde overeenkomst tot beƫindiging van de maatschapsovereenkomst heeft vernietigd, (b) dat [verweerster] hoofdelijk mede aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden zoals ingediend in het faillissement vermeerderd met faillissementskosten voorzover deze niet door vereffening van overige baten kunnen worden voldaan, en (c) dat de tussen [betrokkene 1] en [verweerster] bestaan hebbende maatschap tevens gekwalificeerd dient te worden als een vennootschap onder firma;

2. [verweerster] te veroordelen om met de curator over te gaan tot verdeling van het vermogen van de door het faillissement ontbonden vennootschap, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon voor [verweerster] om te fungeren in de in de wet bedoelde gevallen.

[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 17 december 1998 de curator bewijslevering opgedragen en bij eindvonnis van 27 mei 1999 de vorderingen afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft de curator hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Het Hof heeft bij tussenarrest van 27 april 2000 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van [verweerster] en bij eindarrest van 10 mei 2001 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide arresten van het Hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.

De curator heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren, J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 21 maart 2003.