Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF1798

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2003
Datum publicatie
31-01-2003
Zaaknummer
R02/051HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF1798
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 73
JWB 2003/50
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2003

Eerste Kamer

Rek.nr. R02/051HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - heeft op grond van art. 27 Huurprijzenwet woonruimte aan de Kantonrechter te Amsterdam verzocht de huurprijs van zijn woonruimte vast te stellen op ƒ 608,16 per maand.

Bij beschikking van 6 juli 2000 heeft de Kantonrechter de huurprijs vastgesteld op ƒ 647,69 per maand (excl. bijkomende kosten), ingaande 1 februari 1999.

Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. De Rechtbank heeft de zaak behandeld ter terechtzitting van 7 september 2001. Verzoeker heeft het proces-verbaal van deze terechtzitting op 26 september 2002 via zijn raadsman ontvangen.

Op 23 oktober 2001 heeft verzoeker bij de Rechtbank een wrakingsverzoek ingediend, gericht tegen mr. A.W.J. Ros, de voorzitter van de Kamer van de Rechtbank die ter terechtzitting van 7 september 2001 het hoger beroep had behandeld.

De Rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld ter terechtzitting van 29 november 2001. Bij beschikking van diezelfde dag heeft de Rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Verzoeker heeft het Hof verzocht de beschikking van de Rechtbank te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zijn wrakingsverzoek alsnog toe te wijzen.

Na mondelinge behandeling op 19 maart 2002 heeft het Hof bij beschikking van 18 april 2002 het beroep verworpen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De gewraakte rechter heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 31 januari 2003.