Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF1794

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31-01-2003
Datum publicatie
31-01-2003
Zaaknummer
R01/114HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF1794
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet conflictenrecht inzake ontbinding huwelijk en scheiding van tafel en bed 1
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 814
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 70
JWB 2003/45
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

31 januari 2003

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/114HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vrouw], blijkens een verklaring van de Nederlandse Ambassade te Lissabon, Portugal, ook geheten: [...], wonende te [woonplaats], Cyprus,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 24 april 1997 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht tussen partijen echtscheiding uit te spreken.

De vrouw heeft zich ten aanzien van de verzochte echtscheiding gerefereerd en, voor zover in cassatie van belang, zelfstandig verzocht ten laste van de man een uitkering tot levensonderhoud vast te stellen van ƒ 5.000,-- netto, subsidiair ƒ 7.500,-- bruto per maand.

De man heeft het verzoek van de vrouw bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 6 november 1998 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en de behandeling ten aanzien van de door de vrouw verzochte uitkering tot levensonderhoud aangehouden. Na een tweede beschikking van 23 april 1999 heeft de Rechtbank bij eindbeschikking van 19 mei 2000 de man veroordeeld om met ingang van 1 juni 2000 aan de vrouw tot haar levensonderhoud uit te keren een bedrag van ƒ 5.000,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 25 juli 2001 heeft het Hof de bestreden beschikking vernietigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen en, opnieuw beschikkende, de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie voor de periode van 1 juni 2000 tot 1 september 2000 bepaald op ƒ 3.300,-- per maand. Het in principaal en incidenteel hoger beroep meer of anders verzochte heeft het Hof afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 31 januari 2003.