Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF1571

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-02-2003
Datum publicatie
06-03-2003
Zaaknummer
C01/195HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF1571
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2003-02-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 124
JWB 2003/86

Uitspraak

28 februari 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/195HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma MAMMOET STOOF V.O.F., gevestigd te Breda,

2. MAMMOET STOOF B.V., gevestigd te Breda,

3. DECALIFT NL B.V., gevestigd te Amsterdam,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. E. Platzer,

t e g e n

DIFFUTHERM B.V., gevestigd te Bergeyk,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Diffutherm - heeft bij exploit van 29 oktober 1997 eiseressen tot cassatie - tezamen verder te noemen: Mammoet - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en - na wijziging van eis - gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat de in de dagvaarding omschreven overeenkomst d.d. 25 maart 1997 is ontbonden, en

2. Mammoet hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen om aan Diffutherm te vergoeden de schade die zij heeft geleden als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten van Mammoet, zijnde een bedrag van ƒ 1.295.436,00, dan wel een door de Rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 september 1997, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

Mammoet heeft de vordering bestreden en van haar kant in reconventie gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Diffutherm te veroordelen om aan Mammoet te betalen een bedrag van ƒ 323.266,-- te vermeerderen met de rente ad 2% per 30 dagen, althans met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.

Diffutherm heeft de vordering in reconventie bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 juli 1999 in conventie partijen tot bewijslevering toegelaten en zowel in conventie als in reconventie iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit tussenvonnis heeft Mammoet zowel in conventie als in reconventie hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 22 januari 2001 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd met dien verstande dat Mammoet door de Rechtbank tevens in de gelegenheid zal worden gesteld om feiten en omstandigheden aan te tonen waaruit kan worden afgeleid dat Mammoet de kleine hydraulische pers, de planetenmenger, de drie-wals, de kleine pvc-menger (P15) en de dissolver D10 conform afspraak heeft geplaatst en gemonteerd, en teneinde de zaak verder te behandelen en te beslissen de zaak naar de Rechtbank te Breda verwezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Mammoet beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Diffutherm heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Mammoet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Diffutherm begroot op € 3.883,09 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 28 februari 2003.