Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF0204

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2003
Datum publicatie
24-01-2003
Zaaknummer
R01/124HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF0204
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 809
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 50
NJ 2003, 198 met annotatie van S.F.M. Wortmann
RvdW 2003, 19
FJR 2003, 13
JWB 2003/36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 januari 2003

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/124HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [De moeder],

2. [De stiefvader],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De vader], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 14 augustus 2000 ter griffie van de Rechtbank te Utrecht ingediend verzoekschrift hebben verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de moeder en de stiefvader - zich gewend tot die Rechtbank en - kort samengevat - verzocht:

- te bepalen dat de moeder en de stiefvader worden belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen [kind 1] en [kind 2];

- te bepalen dat de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] wordt gewijzigd in die van de stiefvader, [naam 2].

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de vader - heeft het verzoek bestreden.

Hierna hebben de moeder en de stiefvader hun verzoek schriftelijk aangevuld.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 3 januari 2001 bepaald dat de moeder en de stiefvader gezamenlijk belast worden met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de voornoemde minderjarigen en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen deze beschikking hebben de moeder en de stiefvader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. De moeder en de stiefvader hebben in hoger beroep verzocht de bestreden beschikking met betrekking tot de geslachtsnaamwijziging te vernietigen en alsnog te bepalen dat de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] wordt gewijzigd in die van [naam 2].

Bij beschikking van 30 augustus 2001 heeft het Hof de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen bekrachtigd, met verbetering van de gronden.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof hebben de moeder en de stiefvader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vader heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de moeder en de stiefvader heeft bij brief van 15 november 2002 op deze conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie gaat het om het volgende.

(i) De moeder en de vader zijn op 26 september 1988 gehuwd. Uit hun huwelijk zijn geboren: [kind 1] op 8 oktober 1989 en [kind 2] op 12 september 1991. Het huwelijk van de moeder en de vader is op 14 juli 1995 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 21 juni 1995 in de daartoe bestemde registers. De moeder is bij deze beschikking belast met het ouderlijk gezag.

(ii) Bij de echtscheidingsbeschikking is een omgangsregeling vastgesteld, inhoudende dat de vader een weekend per veertien dagen de kinderen bij zich zal hebben.

(iii) De moeder is op 7 maart 1999 hertrouwd met de stiefvader. Uit dit huwelijk is geboren [kind 3] op 18 augustus 1999. De moeder en de stiefvader vormen samen met [kind 1], [kind 2], [kind 3] en [kind 4], een kind uit een eerder huwelijk van de stiefvader, een gezin.

(iv) De moeder en de stiefvader zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 1] en [kind 2].

(v) In het dagelijkse leven voeren [kind 1] en [kind 2] als achternaam: [naam 1].

3.2 De moeder en de stiefvader hebben in dit geding verzocht hen gezamenlijk met het gezag te bekleden en te bepalen dat de geslachtsnaam van [kind 1] en [kind 2] wordt gewijzigd in [naam 2]. De Rechtbank heeft het eerste verzoek toegewezen en het tweede verzoek afgewezen. Het Hof heeft de beschikking bekrachtigd op grond van de volgende overwegingen. Een verzoek als bedoeld in art. 1:253t lid 5 BW wordt afgewezen, indien het kind twaalf jaar of ouder is en niet heeft ingestemd met het verzoek, of indien het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet. Aangezien [kind 1] en [kind 2] de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, is uitsluitend de vraag aan de orde of een toewijzing van het verzoek van de moeder en de stiefvader in strijd is met het belang van [kind 1] en [kind 2] (rov. 4.1). In beginsel dient terughoudend met een geslachtsnaamwijziging te worden omgegaan, met name wanneer het gaat om het wijzigen van de geslachtsnaam van een minderjarige in die van de gezagdragende nieuwe partner van één van de ouders. De omstandigheden kunnen echter meebrengen dat een wijziging van de geslachtsnaam in het belang van de minderjarige is (rov. 4.5). De leeftijd van de kinderen en het feit dat zij hun hele leven al [naam 1] heten in aanmerking genomen, moet worden geoordeeld dat het belang van de kinderen om zich te kunnen identificeren met hun biologische vader, zwaarder weegt dan het door de moeder en de stiefvader aangevoerde belang van gezinseenheid. Wijziging van de geslachtsnaam van de kinderen is mitsdien niet in hun belang (rov. 4.6).

3.3 De eerste klacht houdt in dat het Hof de kinderen had moeten horen alvorens een beslissing te geven. De klacht wordt ten onrechte aangevoerd, nu ingevolge art. 809 Rv. de rechter minderjarigen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, in de gelegenheid kan stellen hem hun mening kenbaar te maken op een door hem te bepalen wijze. Hij is daartoe niet verplicht en behoeft zijn beslissing om hen niet te horen, behoudens bijzondere omstandigheden waarvan in dit geval niet is gebleken, niet te motiveren.

3.4 In de tweede klacht wordt aangevoerd, dat het Hof heeft miskend dat, indien het verzoek tot gezamenlijk gezag van een ouder en een stiefouder wordt toegewezen, ook het verzoek tot geslachtsnaamwijziging dient te worden toegewezen. De klacht faalt, aangezien, zoals ook volgt uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal in 2.3 weergegeven passage uit de wetsgeschiedenis, de mogelijkheid bestaat dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, het verzoek tot gezagswijziging wordt toegewezen, maar het verzoek tot geslachtsnaamwijziging wordt afgewezen.

3.5 Het middel bevat ten slotte de klacht dat de door het Hof gemaakte afweging onjuist dan wel onbegrijpelijk is, omdat de rechter het onderhavige verzoek slechts mag afwijzen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek, de belangen van het kind worden verwaarloosd. De klacht is niet gegrond. Ingevolge art. 1:253t lid 5, onder c, BW wordt een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind als hier bedoeld, afgewezen indien het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet. De beoordeling of dit het geval is berust op een afweging van de omstandigheden, bij welke afweging aan het belang van de minderjarige groot gewicht moet worden toegekend. Het Hof is bij zijn oordeel hiervan uitgegaan, zodat de rechtsklacht faalt. Zijn oordeel dat, gelet op de leeftijd van de kinderen en op het feit dat zij hun hele leven al [naam 1] heten, het belang van de kinderen om zich te kunnen identificeren met hun biologische vader zwaarder weegt dan het door de moeder en de stiefvader aangevoerde belang van gezinseenheid, is ook niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 24 januari 2003.