Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF0195

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2003
Datum publicatie
10-01-2003
Zaaknummer
C02/121HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF0195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 39
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 20
JWB 2003/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/121HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

Mr. Martijn Maurice HOVING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

WINKELSTICHTING [A], gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G.C. Makkink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploit van 20 september 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Winkelstichting - gedagvaard voor de Kantonrechter te Haarlem en gevorderd de opzegging van de huurovereenkomst door de Winkelstichting te vernietigen op grond van misbruik van recht. Voorts heeft de curator gevorderd hem te machtigen om [betrokkene 2] in de plaats te stellen voor [betrokkene 1] (de gefailleerde) als huurder van het bedrijfspand staande en gelegen aan [a-straat] nr. [1] te [vestigingsplaats].

De Winkelstichting heeft de vordering bestreden.

Na een tussenvonnis van 16 februari 2000, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 12 juli 2000 de opzegging van de huurovereenkomst op grond van misbruik van recht door de Winkelstichting vernietigd, en het overigens gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft de curator hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Haarlem. De curator heeft gevorderd het eindvonnis van de Kantonrechter te vernietigen, voor zover daarin het verzoek tot indeplaatsstelling is afgewezen, en, opnieuw rechtdoende, hem te machtigen om [betrokkene 2] in de plaats te stellen voor de gefailleerde als huurder van het bedrijfspand aan [a-straat] nr. [1] te [vestigingsplaats]. De Winkelstichting heeft (deels voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij vonnis van 27 november 2001 heeft de Rechtbank in het principaal appel het beroepen vonnis bekrachtigd voor wat betreft de afwijzing van de vordering van de curator om de curator te machtigen om [betrokkene 2] in de plaats te stellen voor [betrokkene 1] als huurder van het bedrijfspand [a-straat] nr. [1] te [vestigingsplaats]. In het incidenteel appel heeft de Rechtbank het beroepen vonnis vernietigd voor wat betreft de vernietiging op grond van misbruik van recht van de door de Winkelstichting gedane huuropzegging en opnieuw rechtdoende de vordering van de curator om de door de Winkelstichting gedane opzegging van de huurovereenkomst te vernietigen afgewezen.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Winkelstichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van de curator in de kosten.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Winkelstichting begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 januari 2003.