Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF0194

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-03-2003
Datum publicatie
21-03-2003
Zaaknummer
C02/015HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF0194
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 173
JWB 2003/134
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 maart 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/015HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

INTRAMED B.V., gevestigd te Waddinxveen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G.C. Makkink,

t e g e n

1. MICROMAIS B.V., gevestigd te Lage Zwaluwe, gemeente Drimmelen,

2. MICROCOM AUTOMATISERING B.V., gevestigd te Binnenmaas, gemeente Maasdam,

3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. L.M. Schreuder- Ebbekink, thans mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Intramed - heeft bij exploit van 12 augustus 1997 verweerders in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: Micromais, Microcom, [verweerder 3] en [verweerder 4], dan wel gezamenlijk Microcom c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat:

1. voor recht te verklaren dat de auteursrechten op de door Micromais geëxploiteerde MAIS-programmatuur, waaronder mede begrepen de broncode, aan Intramed toebehoren;

2. Microcom c.s. te gelasten tot bekendmaking, binnen een termijn van 30 dagen na het ten deze te wijzen vonnis, althans binnen een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, waar en onder wie de MAIS-programmatuur en verveelvoudigingen daarvan, in welke vorm dan ook, ongewijzigd of gewijzigd, zich bevinden, zulks op verbeurte van een dwangsom groot ƒ 10.000,-- voor iedere dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het ten deze te wijzen vonnis te voldoen alsmede op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- per keer dat door gedaagden onjuiste of onvolledige informatie wordt verstrekt;

3. Microcom c.s. te veroordelen tot afgifte binnen 30 dagen na het ten deze te wijzen vonnis, althans binnen een door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, van alle MAIS-programmatuur, waar deze zich ook moge bevinden, in welke vorm dan ook, ongewijzigd of gewijzigd, waaronder mede begrepen de functionele en technische ontwerpen alsmede de daarop betrekking hebbende documentatie, zulks op verbeurte van een dwangsom groot ƒ 10.000,-- voor iedere dag dat gedaagden in gebreke blijven daaraan te voldoen;

4. Micromais te veroordelen om binnen 30 dagen na vonnis, althans binnen een in goede justitie te bepalen termijn, ten overstaan van een daarbij te benoemen rechter-commissaris aan Intramed rekening en verantwoording af te leggen over de door Micromais als gevolg van de inbreuk op het auteursrecht genoten wisten, met bepaling dat, bij al indien Micromais in gebreke mocht blijven op de door de rechter-commissaris bepaalde dag te verschijnen of rekening te doen of de aan de rechter-commissaris overgelegde rekening binnen de daarvoor bepaalde termijn aan Intramed te betekenen, zij daartoe kan worden genoodzaakt door de inbeslagneming en de verkoop van haar goederen tot een nader door Uw Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, voorts het bedrag der genoten winst zal worden vastgesteld en Micromais zal worden veroordeeld tot afdracht van de genoten winsten aan Intramed, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Micromais in gebreke blijft aan het ten deze te wijzen vonnis te voldoen.

5. Microcom c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Intramed van het bedrag ad ƒ 13.733,40 terzake van gemaakte kosten van rechtsbijstand en van deskundigenonderzoek, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening.

6. Microcom c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de overige door Intramed geleden schade, op te maken bij staat.

7. Microcom c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van beslaglegging, van bewaring en van het gerechtelijke deskundigenonderzoek.

Bij conclusie van repliek heeft Intramed haar eis gewijzigd en bij wege van provisionele eis gevorderd:

8. Microcom c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Intramed van een bedrag van ƒ 500.000,--, althans een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, als voorschot op de schadevergoeding, welke nader bij staat zal worden opgemaakt.

Microcom c.s. hebben de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 april 1999 een deskundigenonderzoek gelast, een aantal - voorlopige - vragen geformuleerd, een voorstel tot een te benoemen deskundige gedaan, en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit tussenvonnis heeft Intramed hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 27 september 2001 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd, behoudens voorzover de Rechtbank daarin heeft aangekondigd de vorderingen tegen Microcom, [verweerder 3] en [verweerder 4] die gegrond zijn op onrechtmatig handelen in 1997, te zullen afwijzen, en het vonnis in zoverre vernietigd. Voorts heeft het Hof de provisionele vordering van Intramed afgewezen en de zaak ter verdere afdoening naar de Rechtbank te Breda verwezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Intramed beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Microcom c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak aan een ander gerechtshof.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Microcom Automatisering B.V. (hierna: Microcom) heeft in de periode vóór 31 december 1991 een computerprogramma ontwikkeld onder de naam FDS (fysiotherapie declaratiesysteem). [Verweerder 3] en [verweerder 4] zijn bestuurders en (indirect) aandeelhouders van Microcom.

(ii) Microcom heeft op 31 december 1991 alle rechten, met name auteurs- en merkenrechten, met betrekking tot FDS, alsmede de exploitatierechten en verplichtingen jegens de gebruikers van FDS, zoals deze op 31 december 1991 tot de onderneming van Microcom behoorden, verkocht en overgedragen aan VVAA Financieel-Economisch Adviesbureau B.V. (hierna: VVAA). Deze overeenkomst bevatte een non-concurrentiebeding, onder meer inhoudende dat Microcom, [verweerder 3] en [verweerder 4] zich tot 1 januari 1997 zouden onthouden van het ontwikkelen en exploiteren van computerprogramma's ten behoeve van hier te lande vrij gevestigde fysiotherapeuten.

(iii) In 1992 heeft Microcom het computerprogramma MAIS (medisch administratie- en informatiesysteem) op de markt gebracht; dit programma was van de aard als in het concurrentiebeding bedoeld. Op 5 juni 1992 is Micromais B.V. opgericht. Bestuurders en (indirect) aandeelhouders zijn [verweerder 3] en [verweerder 4]. Micromais is met toestemming van Microcom het programma MAIS gaan verhandelen en exploiteren.

(iv) In mei 1992 heeft VVAA aan de orde gesteld dat Microcom met het programma MAIS mogelijk inbreuk pleegt op het auteursrecht van VVAA op het programma FDS. In een brief van 5 augustus 1992 heeft de raadsman van VVAA het standpunt ingenomen dat het programma MAIS is afgeleid van het programma FDS en dat, wanneer komt vast te staan dat onderdelen van MAIS zijn gekopieerd van FDS dan wel een bewerking daarvan zijn, het auteursrecht van VVAA is geschonden en Microcom de exploitatie van het programma MAIS dient te staken. De raadsman kondigde daarbij aan een voorlopig getuigenverhoor te zullen entameren, tenzij Microcom alsnog bereid zou zijn een exemplaar van MAIS ter beschikking van VVAA te stellen voor onderzoek.

(v) Op 6 oktober 1992 hebben VVAA en Microcom een vaststellingsovereenkomst gesloten. Zij kwamen hierin overeen de op 31 december 1991 gemaakte afspraken over het onderhoud door Microcom van het programma FDS voortijdig te beëindigen en tevens enkele andere zaken te regelen. Art. 4.2 van de vaststellingsovereenkomst luidt:

"VVAA zal haar aanspraken met betrekking tot de door Microcom ontwikkelde MAIS-programmatuur, in de staat zoals deze aan VVAA thans bekend is gemaakt door Microcom, niet verder vervolgen, noch buiten rechte noch in rechte. Aan de brief d.d. 5 augustus 1992 van de raadsman van VVAA aan Microcom zal derhalve geen vervolg worden gegeven."

(vi) Op 20 mei 1993 heeft VVAA de onder (ii) bedoelde rechten en verplichtingen verkocht en overgedragen aan VVAA Beleggingen B.V. Deze vennootschap heeft deze, op diezelfde datum, ingebracht in de vennootschap onder firma VVAA-RAET Praktijkautomatisering Gezondheidszorg, een en ander zoals deze rechten en verplichtingen tot de onderneming van genoemde vennootschappen behoren.

(vii) Op 2 december 1996 heeft VVAA-RAET deze rechten en verplichtingen, zoals zij per 31 december 1996 tot de onderneming van de v.o.f. behoren, verkocht en met ingang van 1 januari 1997 overgedragen aan Intramed. Sinds 1 januari 1997 exploiteert Intramed het programma FDS.

3.2.1 In rov. 4.6 e.v. van het bestreden arrest heeft het Hof, naar aanleiding van de grieven I-IV, waarin de door de Rechtbank vastgestelde strekking van de hierboven onder (v) bedoelde overeenkomst - hierna aan te duiden als: de vaststellingsovereenkomst - werd aangevochten, die strekking onderzocht en geoordeeld (in rov. 4.7.1) dat VVAA en Microcom met die overeenkomst de toen bestaande discussie over mogelijke inbreuk door Microcom op auteursrechten van VVAA op FDS wilden beëindigen en ook hebben beëindigd en (aan het slot van 4.7.3) dat de vaststellingsovereenkomst inhield dat VVAA daarbij afstand deed van haar auteursrechtelijke aanspraken met betrekking tot het computerprogramma MAIS in de haar in augustus 1992 bekend gemaakte staat. Het Hof heeft hier kennelijk het oog op een voorwaardelijke afstand, namelijk voor het geval dat het programma MAIS in de genoemde staat inderdaad inbreuk mocht maken op het aan VVAA toebehorende auteursrecht op het programma FDS, welke eventuele inbreuk, als gevolg van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst, niet meer van betekenis was.

3.2.2 Daaraan heeft het Hof in rov. 4.8 vervolgens de consequentie verbonden dat, indien achteraf mocht blijken dat het programma MAIS in de meerbedoelde staat inbreuk maakt op het auteursrecht op het programma FDS, de in de vaststellingsovereenkomst begrepen afspraak eraan in de weg staat dat Intramed, als rechtsopvolgster van VVAA, alsnog auteursrechtelijke aanspraken jegens Microcom zou kunnen doen gelden ter zake van MAIS in de meerbedoelde staat.

3.2.3 Dit oordeel draagt aldus zelfstandig 's Hofs beslissing, voor zover inhoudende dat Microcom zich jegens Intramed kan beroepen op hetgeen met betrekking tot het auteursrecht op FDS voortvloeit uit de vaststellingsovereenkomst.

3.3 In rov. 4.10.1-4.10.2 heeft het Hof, naar aanleiding van grief VI, vooropgesteld dat aan Intramed niet alleen de auteursrechten zijn overgedragen, maar ook de rechten en verplichtingen jegens gebruikers van FDS die door de rechtsvoorgangers van Intramed in het kader van de exploitatie van FDS zijn aangegaan. Naar het oordeel van het Hof zijn Microcom en Micromais, voorzover MAIS auteursrechtelijk beschermde onderdelen van FDS mocht blijken te bevatten, feitelijk aan te merken als gebruikers van FDS, zodat Intramed op grond van art. 4.2 van de door haar rechtsvoorgangster VVAA met Microcom aangegane vaststellingsovereenkomst verplicht is zich te onthouden van het vervolgen van eventuele aanspraken als in dat artikel bedoeld.

3.4 Vervolgens heeft het Hof in rov. 4.10.3 overwogen dat, nu Intramed zich heeft te onthouden van het vervolgen van haar aanspraken met betrekking tot MAIS jegens Microcom, aan Intramed ook niet de bevoegdheid toekomt die aanspraken te vervolgen jegens Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4], aangezien die niet anders doen dan de exploitatierechten van Microcom met betrekking tot MAIS uitoefenen.

3.5 Onderdeel A en de subonderdelen A.1, A.2 en A.3 van het middel keren zich uitsluitend tegen hetgeen het Hof in rov. 4.10.1 en 4.10.2 heeft overwogen. Nu tegen rov. 4.8 geen der klachten van het cassatiemiddel is gericht, brengt het vorenstaande mede dat onderdeel A geen bespreking behoeft. Hetgeen namens Intramed in de schriftelijke toelichting onder 27 tegen rov. 4.8 nog naar voren is gebracht vindt geen steun in het middel en komt derhalve niet voor behandeling in aanmerking.

3.6 Onderdeel B keert zich tegen rov. 4.10.3 van het bestreden arrest. Voor zover het hierop stoelt dat, bij gegrondbevinding van onderdeel A, ook die overweging niet in stand kan blijven omdat deze voortbouwt op rov. 4.10.1 en 4.10.2, mist het doel, nu onderdeel A niet gegrond bevonden is.

3.7 Voorts bevat het onderdeel de klacht dat, ook indien zou moeten worden aangenomen dat Intramed jegens Microcom gebonden is aan art. 4.2 van de vaststellingsovereenkomst, 's Hofs overweging dat Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4] niet anders doen dan de exploitatierechten van Microcom met betrekking tot MAIS uitoefenen niet, in ieder geval niet zonder nadere motivering, redengevend kan zijn voor zijn oordeel dat Intramed haar auteursrechtelijke aanspraken ook niet jegens Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4] kan vervolgen. Daartoe voert het onderdeel aan dat Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4] geen partij waren bij de vaststellingsovereenkomst, dat gesteld noch gebleken is dat die overeenkomst mede ten behoeve van hen is gesloten en de rechten uit de vaststellingsovereenkomst overdraagbaar zijn, terwijl voorts niet voldaan is aan de in art. 3:94 BW voor een overdracht gestelde eis van een akte, gevolgd door een mededeling aan Intramed of een van haar rechtsvoorgangers.

3.8 Het Hof heeft in rov. 4.7.3 geoordeeld dat de onderhavige vaststellingsovereenkomst inhoudt dat VVAA - voorwaardelijk, in de zin als bedoeld hierboven in 3.2.1 - afstand heeft gedaan van haar auteursrechtelijke aanspraken met betrekking tot het programma MAIS in de genoemde staat van augustus 1992. Daarin ligt besloten dat het Hof heeft geoordeeld dat het Microcom vrijstond het programma MAIS te exploiteren. In aanmerking genomen dat ten tijde van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst Micromais met toestemming van Microcom reeds enige tijd het programma MAIS exploiteerde (zie hiervoor in 3.1 onder iii), is 's Hofs overweging (rov. 4.10.3) dat Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4] niet anders doen dan het uitoefenen van de exploitatierechten van Microcom met betrekking tot MAIS, aldus te verstaan dat naar 's Hofs oordeel ook de exploitatie van MAIS op de wijze waarop deze ten tijde van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst plaatsvond, viel onder de door VVAA aanvaarde exploitatie.

In het licht hiervan is 's Hof oordeel in rov. 4.10.3 dat aan Intramed, nu zij haar eventuele aanspraken met betrekking tot MAIS niet jegens Microcom kan vervolgen, ook niet de bevoegdheid toekomt deze aanspraken te vervolgen jegens Micromais, [verweerder 3] en [verweerder 4], niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Onderdeel B stuit op het hiervoor overwogene in zijn geheel af.

3.9 Het vorenoverwogene brengt mede dat ook onderdeel B niet tot cassatie kan leiden en onderdeel C, dat is voorgesteld voor het geval van gegrondbevinding van de onderdelen A en/of B, geen bespreking behoeft.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Intramed in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Micromais c.s. begroot op € 4.607,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 21 maart 2003.