Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF0144

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-01-2003
Datum publicatie
03-01-2003
Zaaknummer
C01/132HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF0144
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 347
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 140
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 3
JWB 2003/3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 januari 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/132HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

[Verweerster], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 8 augustus 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevorderd [eiseres] te veroordelen mee te werken aan de verdeling van scheiding en deling van de nalatenschap van [de moeder] [...], met bepaling, dat de vordering van [verweerster] tot een bedrag van ƒ 20.047,80 uit de boedel wordt voldaan.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden en van haar kant in reconventie gevorderd [verweerster] te veroordelen om alle in haar bezit zijnde bescheiden met betrekking tot de nalatenschap van [de vader] [...] en de moeder in het geding te brengen. Voorts heeft [eiseres] subsidiair gevorderd [verweerster] te veroordelen - kort gezegd - tot medewerking aan de verdeling van de nalatenschap van de moeder ten overstaan van een notaris en een te benoemen onzijdig persoon.

[Verweerster] heeft de vordering in reconventie bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 12 oktober 1999, in conventie en in reconventie, de verdeling van de nalatenschap van de moeder als volgt vastgesteld:

- aan [verweerster] worden toebedeeld alle activa, zoals vermeld in de overgelegde conceptakte van de boedelbeschrijving, onder de verplichting voor haar rekening te nemen de daarin vermelde passiva, met inbegrip van de vorderingen uit geldlening van zichzelf op de boedel;

- het aandeel van [eiseres] wordt gesteld op nihil.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 7 december 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 3 januari 2003.