Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AF0128

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2003
Datum publicatie
10-01-2003
Zaaknummer
C01/103HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF0128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 13
JWB 2003/12
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/103HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

RAINBOW ENTERTAINMENT CONSULTING B.V., gevestigd te Utrecht,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. T. Cohen Jehoram,

t e g e n

PEER SOUTHERN PRODUCTIONS B.V., gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Rainbow - heeft bij exploit van 2 mei 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: Peer - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Peer te veroordelen de overeenkomst met Rainbow na te komen met bevel aan Peer binnen veertien dagen na de datum van het vonnis zodanige maatregelen te nemen jegens de in die overeenkomst bedoelde Artiest opdat Rainbow alsnog de haar bij de overeenkomst verleende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, subsidiair te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden per 1 juni 1995 althans zodanig ander tijdstip als de Rechtbank zal menen juist te zijn;

2. Peer te veroordelen aan Rainbow de door haar ten gevolge van Peer's tekortkoming geleden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, de vast te stellen schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot die van algehele voldoening, en

3. Peer te veroordelen in de kosten van het geding, die van het gelegde beslag daaronder begrepen.

Peer heeft de vorderingen bestreden en van haar kant in reconventie gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden per 18 maar 1997, althans op een zodanig ander tijdstip als de Rechtbank zal vermenen te behoren;

2. Rainbow te veroordelen tot vergoeding van de door Peer ten gevolge van Rainbow's toerekenbare tekortkoming geleden schade, welke schade ten aanzien van de gemaakte juridisch kosten dienen te worden vastgesteld op ƒ 12.012,85 en welke overige schade bij wijze van schatting kan worden vastgesteld, althans dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend bij wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eis in reconventie tot die van de algehele voldoening;

3. althans een maatregel te treffen die de Rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.

Rainbow heeft in reconventie de vorderingen bestreden.

Bij conclusie van dupliek in reconventie heeft Rainbow in conventie een akte wijziging van eis genomen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. de overeenkomst tussen partijen ontbonden te verklaren met ingang van de datum van het vonnis;

2. Peer te voordelen:

(a) aan Rainbow te voldoen bij wege van voorschot een bedrag van ƒ 300.000,--, althans zodanig ander bedrag als de Rechtbank in goede justitie zal menen te behoren;

(b) de door Peer ten gevolge van de ontbonden overeenkomst van Rainbow ontvangen prestaties ongedaan te maken meer in het bijzonder door aan Rainbow de van haar ontvangen betalingen terug te betalen en

(c) aan Rainbow de door Peer's tekortkoming geleden schade, bestaande uit geleden verlies en gederfde winst te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

(d) de door Peer aan Rainbow te betalen bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot die van algehele voldoening, en

3. Peer te veroordelen in de kosten van het geding, die van het gelegde beslag daaronder begrepen.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 28 oktober 1998 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 24 november 1999 in conventie de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door Rainbow en behoudens ten aanzien van de gevorderde ontbinding iedere verdere beslissing aangehouden. In reconventie heeft de Rechtbank de gevorderde schadevergoeding afgewezen en in conventie en in reconventie de tussen partijen op 1 juni 1995 gesloten overeenkomst ontbonden verklaard.

Tegen het in conventie en in reconventie gewezen vonnis van 24 november 1999 heeft Peer hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 14 december 2000 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank waarvan beroep, voorzover in conventie gewezen, vernietigd en opnieuw rechtdoende de vorderingen van Rainbouw in conventie afgewezen, en het vonnis waarvan beroep in reconventie, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Rainbow beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Peer heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Rainbow mede door mr. W.J.M. Diekman, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Rainbow in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Peer begroot op € 3.610,82 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 januari 2003.