Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2003:AE9382

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-01-2003
Datum publicatie
03-01-2003
Zaaknummer
C01/133HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AE9382
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 4
JAR 2003, 20
JWB 2003/4
JAR 2003/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 januari 2003

Eerste Kamer

Nr. C01/133HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

PARAMEDISCH CENTRUM LAZONDER UTRECHT B.V., gevestigd te Utrecht,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

[Verweerder], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 17 februari 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Lazonder - gedagvaard voor de Kantonrechter te Utrecht en gevorderd Lazonder te veroordelen:

1. om aan [verweerder] te voldoen een bedrag van ƒ 13.013,63 (netto), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de respectievelijke dagen van opeisbaarheid, tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW;

2. om aan [verweerder] te overleggen de afrekeningen over 1992 en 1993, zodanig dat [verweerder] zelf kan vaststellen of hij daadwerkelijk heeft ontvangen de twee maandsalarissen die, als gevolg van de bovenomschreven wijziging van het salarisbetalingssysteem in 1991, in de jaren 1992 en 1993 dienden te worden nabetaald;

3. om aan [verweerder] te voldoen de gemaakte redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, zijnde ƒ 1.301,36.

Lazonder heeft de vordering bestreden. Bij conclusie van dupliek heeft Lazonder een vordering in reconventie ingesteld. Deze vordering speelt in cassatie geen rol meer.

De Kantonrechter heeft bij vonnis van 8 december 1999 - voor zover van belang - Lazonder veroordeeld om:

A. aan [verweerder] te betalen:

- ƒ 13.013,63 netto wegens salaris vermeerderd met de wettelijke rente sedert de onderscheidene vervaldata tot de voldoening;

- ƒ 6.506,82 wegens wettelijke verhoging vermeerderd met de wettelijke rente sedert 17 februari 1999 tot de voldoening;

- ƒ 1.301,36 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

B. aan [verweerder] specificaties van de afrekeningen over 1992 en 1993 te verstrekken zodanig dat [verweerder] zelf kan vaststellen of hij daadwerkelijk heeft ontvangen de twee maandsalarissen die, als gevolg van de bovenomschreven wijziging van het salarisbetalingssysteem in 1991, in de jaren 1992 en 1993 dienden te worden nabetaald.

Tegen dit vonnis heeft Lazonder hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Utrecht.

Bij vonnis van 20 december 2000 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis vernietigd, voor zover dat betreft de veroordeling van Lazonder als vermeld onder A. in het dictum van het bestreden vonnis, en, opnieuw rechtdoende, Lazonder veroordeeld om aan [verweerder] te betalen:

i. ƒ 13.013,63 netto wegens salaris vermeerderd met de wettelijke rente sedert de onderscheidene vervaldata dat de voldoening met die bepaling dat over ƒ 5.705,52 en ƒ 7.439,46 de wettelijke rente vanaf 15 oktober 1993 verschuldigd is;

ii. ƒ 2.253,12 wegens wettelijke verhoging vermeerderd met de wettelijke rente sedert 20 oktober 1998 tot de voldoening;

iii. ƒ 1.301,36 wegens buitengerechtelijke kosten.

Het meer of anders gevorderde heeft de Rechtbank afgewezen.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft Lazonder beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Lazonder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 359,48 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 3 januari 2003.