Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AF2265

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2002
Datum publicatie
20-12-2002
Zaaknummer
38105
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Grondzaken 2002/145
Belastingblad 2003/395
BNB 2003/104
FED 2003/32
WFR 2003/35, 2
V-N 2003/4.30 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 38.105

20 december 2002

WM

gewezen op het beroep in cassatie van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo (hierna: B en W) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 15 maart 2002, nr. 7/01, betreffende na te melden aan X te Z, opgelegde aanslag in de baatbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is ter zake van het genot krachtens eigendom van de onroerende zaak a-straat 1 te Z, een aanslag in de baatbelasting op grond van de Verordening aanleg riolering-III van de toenmalige gemeente Vries (een rechtsvoorganger van de gemeente Tynaarlo) opgelegd ten bedrage van ƒ 3034, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Tynaarlo is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, en de uitspraak alsmede de aanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

B en W hebben tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 20 september 2002, nr. 37461, V-N 2002/48.32).

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.

Van de gemeente Tynaarlo wordt ter zake van het door B en W ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 185.