Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AF2249

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2002
Datum publicatie
20-12-2002
Zaaknummer
37044
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2003/377
BNB 2003/93
FED 2003/14
WFR 2003/27, 3
V-N 2003/4.3 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 37.044

20 december 2002

WM

gewezen op het beroep in cassatie van X N.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2001, nr. BK-99/00904, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 452.000.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur der Gemeentebelastingen van de gemeente Leiden bij uitspraak de waarde nader vastgesteld op ƒ 382.000.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de beschikking in zoverre gewijzigd, dat de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op ƒ 314.000. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel betoogt onder meer dat het Hof in strijd met het door partijen ingenomen standpunt heeft geoordeeld dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak van ƒ 452.000, indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, juist is.

3.2. Het middel is gegrond. Met zijn evenvermelde oordeel heeft het Hof miskend dat de Inspecteur bij de uitspraak op het bezwaarschrift de waarde nader heeft vastgesteld op ƒ 382.000 onder meer in verband met de omstandigheid dat aanvankelijk van een te grote grond- en woonoppervlakte is uitgegaan. In aanmerking genomen dat daarmee tussen partijen vaststond dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van ƒ 452.000, ook indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, in ieder geval te hoog was, is het Hof aldus buiten de rechtsstrijd van partijen getreden.

3.3. Nu het Hof bij zijn uiteindelijke oordeel over de waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak voormelde waarde van ƒ 452.000 tot uitgangspunt heeft genomen, kan zijn uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek van de zaak in volle omvang. Het middel behoeft verder geen behandeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en

gelast dat de gemeente Leiden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van ƒ 630 (€ 285,88).

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.