Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE9401

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2002
Datum publicatie
13-12-2002
Zaaknummer
R01/065HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9401
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 679
JWB 2002/469
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2002

Eerste Kamer

Nr. R01/065HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

CURAÇAO PORT SERVICES N.V., gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

[Verweerster], wonende [te woonplaats], Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 22 april 1997 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, hierna: het Gerecht, ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie, zowel voor zich als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van [het] minderjarige [kind] - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat [verweerster] en voornoemde minderjarige recht hebben op de rechten met betrekking tot wijlen [persoon 1's] C.A.O. voorwaarden, zoals in het fundamentum omschreven;

- eiseres tot cassatie - verder te noemen: C.P.S. - te bevelen om aan [verweerster] en de minderjarige rekening en verantwoording te geven met betrekking tot het bedrag dat aan zowel [verweerster] als de minderjarige dient te worden uitbetaald conform de C.A.O. bepalingen, zulks op verbeurte van een dwangsom van NAfl. 1.000,-- voor elke 24 uur of gedeelte daarvan dat C.P.S. nalaat zulks te doen;

- C.P.S. te veroordelen om zowel aan [verweerster] als aan de minderjarige te betalen het bedrag welk zal volgen bij voldoening aan het petitum onder 2 gevorderde.

C.P.S. heeft de vorderingen bestreden.

Het Gerecht heeft bij tussenvonnis van 15 december 1997 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 20 juli 1998 beide partijen tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft het Gerecht bij tussenvonnis van 18 oktober 1999 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [verweerster] en bij eindvonnis van 10 januari 2000 het gevorderde afgewezen.

Tegen al deze vonnissen heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Bij vonnis van 27 februari 2001 heeft het Hof het bestreden eindvonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende C.P.S. veroordeeld om aan [verweerster] te voldoen een bedrag van NAfl. 20.000,--, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het Hof heeft C.P.S. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van C.P.S. heeft bij brief van 1 november 2002 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt C.P.S. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 december 2002.