Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE9397

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2002
Datum publicatie
13-12-2002
Zaaknummer
C01/346HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 689
JWB 2002/461
JOR 2003/55 met annotatie van I
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/346HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], eertijds zaakdoende onder de naam DREAM DRESS, gevestigd te Roosendaal,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 31 mei 1995 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, voorzover wettelijk geoorloofd uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat [eiseres] persoonlijk gehouden is jegens [verweerster] na te komen de verplichtingen die Limo B.V. en/of Creatie Libel B.V. op 6 mei 1992 zijn aangegaan en voorts [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te voldoen een bedrag van ƒ 79.720,25, te vermeerderen met de door ABN-AMRO Bank N.V. in rekening te brengen rente en kosten vanaf 14 februari 1995 tot aan de dag der algehele voldoening, zulks met een maximum van ƒ 70.000,-- voorzover het betreft de vordering van de Bank zelf, thans groot in hoofdsom ƒ 31.552,44.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

Na een tussenvonnis van 2 januari 1996 heeft de Rechtbank bij tussenvonnissen van 4 juni 1996 en 30 juli 1996 een deskundigenonderzoek gelast en een aantal vragen geformuleerd.

Na depot van het deskundigenbericht heeft [verweerster] voorwaardelijk haar eis vermeerderd en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, naast hetgeen reeds is gevorderd, [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te voldoen een bedrag van ƒ 24.371,24 te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 14.812,50 vanaf 22 juli 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, indien en voorzover dit bedrag wordt toegewezen aan [betrokkene 1] in de door [betrokkene 1] jegens [verweerster] aanhangig gemaakte procedure bij de Rechtbank te Zwolle van 31 juli 1996. Voorts heeft zij gevorderd [eiseres] te veroordelen in de kosten van de deskundige ten bedrage van ƒ 11.162,50 inclusief BTW.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 juni 1997 een aanvullend deskundigenonderzoek gelast en twee vragen geformuleerd.

Na depot van het aanvullend deskundigenbericht heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 6 januari 1998 de vordering afgewezen.

Tegen de vijf vermelde vonnissen heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft zij, nu in de procedure met [betrokkene 1] een schikking is bereikt, haar vordering in zoverre verminderd en tevens gevorderd [eiseres] te veroordelen tot betaling van ƒ 15.000,--.

Bij arrest van 29 februari 2000 heeft het Hof [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar appel voor zover dit betreft de vonnissen van de Rechtbank te Breda van 2 januari 1996, 4 juni 1996, 30 juli 1996 en 24 juli 1997, vernietigd het vonnis van die Rechtbank van 6 januari 1998, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende [eiseres] veroordeeld om aan [verweerster] te betalen het bedrag van ƒ 79.720,25, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 31.552,44 vanaf 14 februari 1995 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts tot betaling van een bedrag van ƒ 15.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 1997 tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts heeft de Rechtbank [verweerster] in de gelegenheid gesteld de in rov. 4.12 verzochte informatie te verstrekken, de zaak daartoe naar de rol verwezen, en met betrekking tot de proceskosten iedere beslissing aangehouden.

Het arrest van het Hof van 29 februari 2000 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 december 2002.