Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE9259

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2002
Datum publicatie
20-12-2002
Zaaknummer
C01/120HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9259
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 710
S&S 2004, 48
JWB 2002/488
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 december 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/120HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht N.V. SABENA, gevestigd te Brussel, België,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 9 juni 1989 verweerster in cassatie - verder te noemen: Sabena - gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevorderd Sabena te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van ƒ 256.016,--, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 56.447,77 vanaf 30 juni 1989 en voorts met wettelijke rente over het resterende schadebedrag vanaf 9 juni 1989 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bij incidentele conclusie heeft Sabena gevorderd dat de Rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de hoofdzaak kennis te nemen.

[Eiseres] heeft de door Sabena opgeworpen exceptie van onbevoegdheid bestreden.

De Rechtbank heeft in het incident bij tussenvonnis van 19 februari 1991 een comparitie van partijen gelast. Nadat de comparitie van partijen had plaatsgevonden heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 4 mei 1993 Sabena toegelaten te bewijzen dat de litigieuze overeenkomst tot stand is gekomen door bemiddeling van het Sabenakantoor op de luchthaven Schiphol.

Tegen beide tussenvonnissen heeft Sabena hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 14 december 2000 heeft het Hof het tussenvonnis van 19 februari 1991 bekrachtigd, het tussenvonnis van 4 mei 1993 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de Rechtbank Haarlem onbevoegd verklaard van het onderwerpelijk geschil kennis te nemen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Sabena heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sabena begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 december 2002.