Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE9223

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-12-2002
Datum publicatie
10-12-2002
Zaaknummer
00432/02 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9223
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 552a
Wetboek van Strafvordering 552d
Wetboek van Strafvordering 445
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 696
NBSTRAF 2003/13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 december 2002

Strafkamer

nr. 00432/02 B

EW/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, van 19 maart 2001, nummer RK00/1422, op een door [klager] gedaan beklag als bedoeld in art. 552a, van het Wetboek van Strafvordering, ingesteld door:

de rechtspersoon naar Duits recht [belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland).

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft op het door [klager] ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan klager van het onder hem inbeslaggenomen voorwerp (een personenauto) het beklag gegrond verklaard en de teruggave van de auto aan klager gelast onder de voorwaarden als in de bestreden beschikking vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de [belanghebbende]. Namens deze heeft mr. B.K. Louws, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. Tot de stukken van het geding behoort een proces-verbaal van (naar de Hoge Raad begrijpt:) het onderzoek in openbare raadkamer van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 19 februari 2001 waarop het beklag van [klager] is behandeld, onder meer inhoudende, voorzover hier van belang:

"Belanghebbende in deze zaak is:

Verzekeraar [A], gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland), [b-straat 1].

Namens belanghebbende is [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1960, in raadkamer gehoord.

(...)

Namens belanghebbende verklaart [betrokkene 1] ter zitting, verkort en zakelijk weergegeven:

- De auto is gestolen in Venlo. Het was een Duitse auto. Ik heb de Fahrzeugbrief en het proces-verbaal van de aangifte, opgesteld in het Duits, meegenomen en overhandig u deze stukken. Ik heb gesproken met de heren Porrio en Reurink van het permanent auto team van de regiopolitie Hollands Midden. Zij hebben een identiteitsonderzoek uitgevoerd. Ik heb aan beide heren meerdere verzoeken gedaan tot teruggave van de auto, maar de Verzekeraar heeft de auto nooit

teruggekregen. (...)

- [Klager] kan afstand van de auto doen en dan komen wij er onderling wel uit. Als [klager] de auto terugkrijgt dan zal de Verzekeraar civiel beslag leggen. [Klager] kan de auto dan van de Ver-zekeraar terugkopen. De auto is nog geen Nederlandse auto, maar een Duitse auto."

3.2. Uit hetgeen hiervoor onder 3.1 is weergegeven volgt dat de Rechtbank 'Verzekeraar [A]' als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv heeft aangemerkt en dat deze als zodanig tijdens de behandeling van het klaagschrift is gehoord.

3.3. Het middel houdt in dat de Rechtbank ten onrechte [A] als verzekeraar en belanghebbende heeft aangemerkt, omdat [belanghebbende] te dezen de verzekeraar is.

3.4. Ingevolge het bepaalde in art. 445 Sv en titel IX van het Vierde Boek, in het bijzonder art. 552d, tweede lid, Sv, staat tegen de bestreden beschikking beroep in cassatie niet open voor [belanghebbende] die stelt verzekeraar van de desbetreffende auto en belanghebbende te zijn, nu de Rechtbank een ander in dit geval - [A] vanwege de hoedanigheid van verzekeraar van de auto - als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv heeft aangemerkt en zij deze tijdens de behandeling van het klaagschrift als zodanig heeft gehoord.

3.5. Het vorenstaande brengt mee dat [belanghebbende] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart [belanghebbende] niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2002.