Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE9168

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-12-2002
Datum publicatie
03-12-2002
Zaaknummer
02262/01
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9168
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 321
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 676
NJ 2003, 622
NBSTRAF 2003/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 december 2002

Strafkamer

nr. 02262/01

AG/SMA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 juli 2001, nummer 22/000743-01, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Nederlands Indië) op [geboortedatum] 1946, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht van 13 december 2000 - de verdachte ter zake van "verduistering" veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 140 uren, in plaats van drie maanden gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed nu uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte zich de auto wederrechtelijk heeft toegeëigend.

3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 28 augustus 2000 te Alphen aan de Rijn, opzettelijk een auto, merk Mercedes, [AA-AA-00], toebehorende aan [A] B.V., welk goed verdachte krachtens een huurovereenkomst, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend."

3.3. De bewezenverklaring steunt - voorzover voor de beoordeling van het middel van belang - op de navolgende bewijsmiddelen:

a. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende:

"Ik had een nieuwe auto, merk Mercedes Benz, besteld bij garagebedrijf [A] in [vestigingsplaats]. In augustus 1999 heb ik een auto (Mercedes) bij dat garagebedrijf gehuurd, in afwachting van de levering van de door mij gekochte Mercedes Benz. Vanaf januari 2000 heb ik geen huur meer betaald. Ik heb op enig moment, toen ik de auto nog onder me had, brieven van het garagebedrijf gekregen en daar heb ik toen niet op gereageerd."

b. de op 24 augustus 2000 tegenover de politie afgelegde verklaring van [betrokkene 1], inhoudende:

"Ik ben administrateur bij benadeelde partij garage [A] te [vestigingsplaats]. Namens benadeelde ben ik bevoegd tot het doen van aangifte van verduistering. Op 19 augustus 1999 kwam [verdachte] (...) bij ons in de garage. De man bestelde een nieuwe auto. In afwachting van deze aflevering is er een overeenkomst met die man gesloten, dat hij een andere auto bij ons zou huren. De man is een Mercedes met het kenteken [AA-AA-00] ter beschikking gesteld. Hiervoor is een aparte huurovereenkomst met hem gesloten, die door hem is ondertekend. Tot eind 1999/begin 2000 is dit bedrag betaald, maar daarna stopten de betalingen. In januari 2000 is door de verkoper van ons bedrijf een aantal malen telefonisch contact geweest met [verdachte] om afspraken te maken over het ophalen van de nieuwe auto en het inleveren van de huurauto. De man had aangegeven hierop in te gaan en langs te komen. Omdat er niets concreets gebeurde is weer contact met hem gezocht. Vanaf dat moment was [verdachte] niet meer te bereiken. Telefoonnummers waren afgesloten. Op het inspreken van de voicemails werd niet gereageerd. Tevens zijn er aangetekende brieven verstuurd naar zijn privé- en bedrijfsadres alsmede een postbus-nummer. Deze kwamen weer retour, daar de brieven niet waren afgehaald. Niet-aangetekende brieven kwamen niet retour bij ons. In de tussentijd zijn er verschillende bekeuringen bij ons binnengekomen voor het kenteken van genoemde huurauto. Een paar weken geleden is er een schademelding geweest voor deze huurauto. De huurauto is tot op heden niet terug gebracht."

3.4. Gelet op deze bewijsmiddelen heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat de verdachte zich de huurauto wederrechtelijk heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te gaan beschikken. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste uitleg van enige in de bewezenverklaarde tenlastelegging voorkomende en aan art. 321 Sr ontleende term. Dit oordeel is voorts niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat uit de bewijsmiddelen volgt dat:

i) de verdachte vanaf januari 2000 is gestopt met de betaling van huurtermijnen, doch de auto blijkens nadien bij het garagebedrijf binnengekomen bekeuringen en een schademelding is blijven gebruiken;

ii) de garagehouder een aantal malen telefonisch contact heeft gehad met de verdachte om afspraken te maken over het inleveren van de huurauto, welke afspraken door de verdachte niet zijn nagekomen;

iii) de verdachte sedertdien onbereikbaar bleek omdat zijn telefoon was afgesloten, aangetekende post door hem niet werd afgehaald en hij niet reageerde op ingesproken voice-mail berichten, zodat het voor het garagebedrijf onmogelijk, althans aanmerkelijk bemoeilijkt werd de auto weer terug te krijgen.

3.5. De bewezenverklaring is dan ook naar de eis der wet met redenen omkleed, zodat het middel faalt.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Braber, en uitgesproken op 3 december 2002.

Mr. W.J.M. Davids is buiten staat dit arrest te ondertekenen.