Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE8151

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-09-2002
Datum publicatie
27-09-2002
Zaaknummer
37140
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 1409 met annotatie van Zandee-Dingemanse
BNB 2002/382
FED 2002/578
WFR 2002/1452
V-N 2002/48.22 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 37.140

27 september 2002

cl

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 april 2001, nr. 99/0382, betreffende na te melden aan wijlen X opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Ten name van X is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 35.735, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Tegen die uitspraak is beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 28.031. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Onder 2.1 vermeldt het Hof dat belanghebbende in februari 1993 is opgenomen in een verzorgingstehuis, en in december 1999 is overleden; onder 4.3 dat belanghebbende niet kan aangeven hoe groot de kosten van huisvesting en voeding vóór de opname waren. Kennelijk, en niet onbegrijpelijk, heeft het Hof hieruit afgeleid dat mede als gevolg van het tijdsverloop sedert de opname in het verzorgingstehuis geen concrete gegevens omtrent de subjectieve besparing op de kosten van huisvesting en voeding voorhanden zijn.

3.2. Anders dan het middel betoogt, diende de omvang van die besparing onder evenvermelde omstandigheid te worden bepaald door deze in redelijkheid te schatten aan de hand van algemeen bekende gegevens met betrekking tot personen die niet in een verzorgingstehuis zijn opgenomen maar overigens in dezelfde omstandigheden en in dezelfde inkomens- en vermogenspositie verkeren als de belastingplichtige (HR 9 november 2001, nr. 36331, BNB 2002/39).

3.3. Het Hof heeft de omvang van de besparing echter niet op voormelde wijze, doch naar redelijkheid en billijkheid geschat, en heeft aldus blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. 's Hofs uitspraak kan derhalve niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2002.