Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE7859

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-09-2002
Datum publicatie
20-09-2002
Zaaknummer
37244
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 1386 met annotatie van Pechler
BNB 2002/367
FED 2002/553
Belastingadvies 2002/2.4
WFR 2002/1403, 1
V-N 2002/48.9 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 37.244

20 september 2002

wv

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 mei 2001, nr. BK-00/02220, betreffende na te melden verzoek om een veroordeling in de proceskosten.

1. Geding voor het Hof

Bij de intrekking van het beroep betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1998 is het verzoek gedaan om de Inspecteur te veroordelen in de kosten van het geding voor het Hof.

Het Hof heeft het verzoek afgewezen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

3. Beoordeling van de klachten

Belanghebbende klaagt dat het Hof zich ten onrechte niet heeft uitgesproken over de vraag of hij in aanmerking zou kunnen komen voor schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb. De klacht kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, omdat die wetsbepaling de rechter slechts in geval van gegrondverklaring van het beroep de bevoegdheid geeft om, zo daartoe gronden zijn, schadevergoeding toe te kennen. In het onderhavige geval heeft belanghebbende zijn beroep ingetrokken, zodat aan het Hof voormelde bevoegdheid niet toekwam.

De klacht dat het Hof ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend, kan evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2002.