Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE4703

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
28-06-2002
Zaaknummer
C00/314HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE4703
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-06-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 387
JWB 2002/244

Uitspraak

28 juni 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/314HR

WS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.H. van Gelderen,

t e g e n

[Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 13 januari 1997 [betrokkene 1], kantoorhoudende te [vestigingsplaats], en eiseres tot cassatie, destijds handelende onder de naam [A] c.s., advocaten en belastingadviseurs, gevestigd te [vestigingsplaats], - verder afzonderlijk te noemen: [betrokkene 1] en [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [betrokkene 1] en [eiseres] hoofdelijk, des dat de een betalende, de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van ƒ 87.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 1 januari 1994 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Betrokkene 1] en [eiseres] hebben de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 18 november 1998 de vordering van [verweerster] jegens [eiseres] toegewezen en de vordering tegen [betrokkene 1] afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 13 juli 2000 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.

[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van [eiseres] in de kosten, tot op heden aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 april 2002 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 juni 2002.