Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE4548

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-07-2002
Datum publicatie
12-07-2002
Zaaknummer
R02/019HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE4548
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Faillissementswet 329
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 412
JWB 2002/259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juli 2002

Eerste Kamer

Rek.nr. R02/019HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.G.E. de Vries.

1. Het geding in feitelijke instanties

Op verzoek van de bewindvoerder, mr. L.C. de Jong, heeft de Rechtbank te Utrecht bij vonnis van 29 januari 2002 de toepassing van de schuldsanering van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker, tussentijds beëindigd, zulks op de gronden als bedoeld in art. 350 lid 3, sub c, d en e F., en in het faillissement van verzoeker een rechter-commissaris en een curator benoemd.

Tegen dit vonnis heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 26 februari 2002 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Verzoeker heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 juli 2002.