Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE3784

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-06-2002
Datum publicatie
10-06-2002
Zaaknummer
C00/270HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE3784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-06-07
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 177, geldigheid: 2002-06-07
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 407, geldigheid: 2002-06-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 327
JWB 2002/218

Uitspraak

7 juni 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/270HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

STICHTING INRICHTING VAN DIAKONESSEN IN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. R. Overeem, thans mr. G.C. Makkink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 29 september 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: het Ziekenhuis - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd te verklaren voor recht dat het Ziekenhuis aansprakelijk is wegens een gemaakte medische fout en het Ziekenhuis te veroordelen de materiële en immateriële schade van [eiser] te betalen zoals op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Het Ziekenhuis heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 19 maart 1997 het Ziekenhuis in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van hetgeen dienaangaande onder rov. 4.9 van haar vonnis is vermeld en iedere verdere beslissing aangehouden. Na getuigenverhoor heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 25 november 1998 het Ziekenhuis veroordeeld tot schadevergoeding aan [eiser], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft het Ziekenhuis hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 30 maart 2000, waarin het Hof onder meer heeft overwogen dat het aan [eiser] is bewijs te leveren, heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating aan de zijde van [eiser] en bepaald dat het Ziekenhuis daarop, desgewenst, zal kunnen reageren.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het Ziekenhuis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van [eiser] in de kosten.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Ziekenhuis begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 juni 2002.