Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE3384

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-09-2002
Datum publicatie
23-09-2002
Zaaknummer
C00/335HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE3384
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 476
JWB 2002/318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 september 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/335HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen,

t e g e n

[Verweerder], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

1. Het geding in feitelijke instanties

[C] B.V. - verder te noemen: [C B.V.] - heeft bij exploit van 4 november 1994 verweerder in cassatie - verder te noemen: de notaris - gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam. Na eiswijziging heeft [C B.V.] gevorderd de notaris te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van ƒ 125.000,--, vermeerderd met wettelijke rente en ƒ 11.660,-- aan buitengerechtelijke kosten.

De notaris heeft de vordering bestreden en bij incidentele conclusie verzocht eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] -, [betrokkene 1], Gravastelli B.V. en Sure Invest C.V. in vrijwaring te mogen dagvaarden.

Bij exploiten van 19 en 23 mei 1995 heeft de notaris onderhavige vrijwaringsprocedure ingesteld. De notaris heeft gevorderd bij het in de hoofdzaak uit te spreken vonnis [eiser], [betrokkene 1], Gravastelli B.V. en Sure Invest C.V. gelijktijdig te veroordelen om aan de notaris te betalen al datgene waartoe deze in de hoofdzaak bij dat vonnis mocht worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[Eiser], [betrokkene 1], Gravastelli B.V. en Sure Invest C.V. hebben de vordering in vrijwaring bestreden.

De Rechtbank heeft in de hoofdzaak bij vonnis van 1 augustus 1996 de vordering van [C B.V.] afgewezen.

In de vrijwaringszaak heeft de Rechtbank bij vonnis van 5 september 1996 de notaris wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard en de kosten van het geding gecompenseerd, des dat elke partij de eigen kosten draagt.

[C B.V.] heeft tegen het vonnis in de hoofdzaak en de notaris heeft tegen het vonnis in de vrijwaringszaak hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

In de vrijwaringszaak is tegen [eiser], [betrokkene 1], Gravastelli B.V. en Sure Invest C.V. verstek verleend.

Bij arrest van 29 april 1998 heeft het Hof in de hoofdzaak het vonnis van de Rechtbank vernietigd en de notaris veroordeeld aan [C B.V.] een bedrag van ƒ 125.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente, te betalen.

Na op 10 juni 1998 een tussenarrest te hebben gewezen, heeft het Hof in de vrijwaringszaak bij arrest van 30 augustus 2000 het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende:

- [eiser], Gravastelli B.V. en Sure Invest C.V. hoofdelijk veroordeeld om aan de notaris te betalen al datgene waartoe de notaris in de hoofdzaak is veroordeeld;

- de vordering tegen [betrokkene 1] afgewezen.

Het eindarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De notaris heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de notaris begroot op € 885,87 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 september 2002.