Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE3379

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-09-2002
Datum publicatie
20-09-2002
Zaaknummer
C01/014HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE3379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 480
JWB 2002/326
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 september 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/014HR

MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.F.C. Strok,

t e g e n

FINO BEWAKING B.V., gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 3 oktober 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: Fino - gedagvaard voor de Kantonrechter te Rotterdam en gevorderd:

a. te verklaren voor recht dat er tussen partijen sprake is van een vast dienstverband;

b. het eenzijdig door Fino per 9 april 1997 gegeven ontslag nietig te verklaren;

c. Fino te veroordelen aan [eiser] inzage te geven in zijn personeelsdossier en/of afschriften te verstrekken van de gebruikelijke urenstaten;

d. Fino te veroordelen aan hem te betalen het achterstallige ziekengeld en/of loon en de daarbij behorende wettelijke en overeengekomen toeslagen, vakantiebijslag en vergoeding niet genoten vakantiedagen tot en met de dag waarop de arbeidsovereenkomst regelmatig zal zijn beëindigd;

e. Fino te veroordelen de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over het aan hem toekomende loon te voldoen;

f. Fino te veroordelen de wettelijke rente over het hem totaal toekomende te betalen vanaf de datum ingebrekestelling, zijnde 25 april 1997, tot die der voldoening.

Fino heeft de vorderingen bestreden.

Na een ingevolge een tussenvonnis van 18 november 1997 op 18 december 1997 gehouden comparitie van partijen heeft de Kantonrechter bij tussenvonnis van 13 januari 1998 Fino tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 30 juni 1998 de vordering afgewezen.

Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Rotterdam.

Bij tussenvonnis van 20 juli 2000 heeft de Rechtbank partijen bevolen te verschijnen voor de rechter-commissaris, teneinde inlichtingen te verschaffen als in het vonnis onder rov. 5.5.4 vermeld.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Fino heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fino begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 september 2002.