Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE3346

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-07-2002
Datum publicatie
12-07-2002
Zaaknummer
R01/137HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE3346
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 288
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 408
JWB 2002/258
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juli 2002

Eerste Kamer

Nr. R01/137HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.A.M. Perquin.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 4 september 2001 ter griffie van de Rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de definitieve schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Ter terechtzitting van 17 oktober 2001 heeft verzoeker zijn verzoek mondeling toegelicht.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 17 oktober 2001 het verzoek afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na mondelinge behandeling op 27 november 2001 heeft het Hof bij arrest van 4 december 2001 het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 juli 2002.