Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE2175

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
28-06-2002
Zaaknummer
C00/338HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE2175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 150, geldigheid: 2002-06-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 389
JWB 2002/254

Uitspraak

28 juni 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/338HR

WS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat:mr. W.B. Teunis,

t e g e n

RAB BOUWMARKT B.V., handelende onder de naam Gamma Den Burg, gevestigd te Oudeschild, gemeente Texel,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat:aanvankelijk mr. F.M. Wachter,

thans mr. R.F. Thunnissen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 23 november 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: RAB - gedagvaard voor de Kantonrechter te Den Helder en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat RAB aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval van 4 januari 1994 dat [eiseres] tijdens de uitoefening van haar functie is overkomen;

- RAB te veroordelen om de door [eiseres] geleden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de opgetreden schade zich heeft voorgedaan, althans vanaf de dag der dagvaarding.

RAB heeft de vordering bestreden.

De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 2 september 1999 alvorens verder te beslissen [eiseres] tot bewijslevering toegelaten.

Tegen dit tussenvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Alkmaar.

Bij vonnis van 13 juli 2000 heeft de Rechtbank voormeld tussenvonnis van de Kantonrechter bekrachtigd voor zover daarin [eiseres] is toegelaten tot bewijslevering van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat haar op 4 januari 1994 een bedrijfsongeval is overkomen, alsmede van de tijdige melding van dat ongeval door of vanwege [eiseres] aan RAB en de medische dienst van de bedrijfsvereniging. Voorts heeft de Rechtbank het vonnis voor het overige vernietigd en de zaak voor verdere afdoening naar de Kantonrechter te Den Helder verwezen.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

RAB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

RAB heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RAB begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 juni 2002.