Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE1537

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
28-06-2002
Zaaknummer
C00/297HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE1537
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-06-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 386
JWB 2002/245

Uitspraak

28 juni 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/297HR

WS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2], wonende te Hong Kong,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

1. [Verweerster 1], voorheen geheten [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

2. EERSTE EURO-GRAAN B.V., gevestigd te Groningen,

3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploit van 24 november 1992 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Groningen en na wijziging van eis gevorderd bij vonnis, voorzover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiser] c.s. te betalen (a) een bedrag van ƒ 50.166,18 (incl. O.B.) en (b) een bedrag van ƒ 78.253,55 (incl. O.B.) met de wettelijke rente daarover met ingang van 11 november 1992;

2. [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiser] c.s. aan kosten van de advocaten alsmede advies- en expertisekosten te betalen een bedrag van ƒ 455.425,58 inclusief wettelijke rente vanaf 27 november 1992;

3. voor recht te verklaren dat [verweerder] c.s. - zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk - schadeplichtig zijn jegens [eiser] c.s. terzake van de schade die [eiser] c.s. hebben geleden door onder meer de - destijds ten onrechte - gelegde beslagen op zo goed als alle vermogensbestanddelen van zowel [eiser] in privé als op de bedrijfmiddelen en bankrekeningen van [B] B.V. te [vestigingsplaats].

[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 11 juni 1999 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 7 juni 2000 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep:

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 4.314,18 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter, en de raadsheren C.H.M. Jansen, J.B. Fleers, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 juni 2002.