Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AE1531

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2002
Datum publicatie
28-06-2002
Zaaknummer
C00/271HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE1531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-06-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 384
JWB 2002/257

Uitspraak

28 juni 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/271HR

WS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

Mr. Nils Sebastian REERINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van PLANEX B.V., wonende te Amsterdam,

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. A.M. Ubink,

thans mr. M.H. van der Woude,

t e g e n

ELANDER PROPERTIES III B.V., gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Planex B.V - verder te noemen: Planex - heeft bij exploit van 3 februari 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: Elander - gedagvaard voor de Kantonrechter te Amsterdam en - na vermeerdering van eis - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren:

- dat Planex gerechtigd is het in deze zaak bedoelde kortgedingvonnis en/of het in deze zaak bedoelde beslag op de huurpenningen aan Elander integraal althans voor een door de Kantonrechter in goede justitie te bepalen gedeelte, tegen te werpen;

- dat Planex gerechtigd is de door haar krachtens de huurovereenkomst te stellen bankgarantie niet te stellen totdat bedoeld kortgedingvonnis en/of het genoemde beslag is/zijn uitgewerkt, althans tot een door de Kantonrechter in goede justitie vast te stellen tijdstip;

- dat Planex gerechtigd is het tussen Planex en Roham door de Kantonrechter te Amsterdam op 26 oktober 1994 gewezen vonnis (89/3501) aan Elander integraal, althans voor een door de Kantonrechter in goede justitie te bepalen gedeelte, tegen te werpen en te verrekenen met de verplichtingen die voor Planex uit de in het geding zijnde huurovereenkomst jegens Elander voortvloeien;

- dat Planex gerechtigd is het tussen Planex en Roham door de Rechtbank te Amsterdam op 15 februari 1995 gewezen vonnis (H 94.0981) aan Elander integraal, althans voor een door de Kantonrechter in goede justitie te bepalen gedeelte, tegen te werpen en te verrekenen met de verplichtingen die voor Planex uit de in het geding zijnde huurovereenkomst jegens Elander voortvloeien.

Elander heeft de vordering bestreden en van haar kant een eis in reconventie ingesteld en - zakelijk weergegeven - gevorderd Planex te veroordelen:

A. tot betaling van huur voor het gehuurde vanaf januari 1995 met rente en incassokosten en

B. tot het doen stellen van een bankgarantie volgens een door haar genoemde tekst.

Planex heeft in reconventie de vorderingen bestreden.

De Kantonrechter heeft bij vonnis van 3 oktober 1996 in conventie voor recht verklaard dat Planex gerechtigd is het in deze zaak bedoelde kortgedingvonnis en het in deze zaak bedoelde beslag op de huurpenningen aan Elander tot een bedrag van ƒ 650.000,-- tegen te werpen en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft de Kantonrechter Planex veroordeeld om aan Elander te betalen een bedrag van ƒ 515.424,90, vermeerderd met de contractuele rente ad 1% per maand over de niet-verrekende huurpenningen vanaf het vervallen daarvan. Voorts heeft de Kantonrechter de zaak naar de rol verwezen voor uitlating door partijen en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit vonnis heeft Planex hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam.

Elander heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij gevorderd de vernietiging van het door de Kantonrechter gewezen vonnis en in reconventie:

- de veroordeling van Planex tot betaling van huur over 1995 en drie eerste kwartalen van 1996, in totaal ƒ 1.180.474,31 met rente en incassokosten;

- de veroordeling van Planex tot (contante) betaling van de door de Kantonrechter bij beschikking van 26 maart 1997 op de voet van art. 28e Huurwet vastgestelde gebruiksvergoeding over de periode van 1 oktober 1996 tot en met 30 september 1997, in totaal ƒ 698.441,16, en de bij beschikking van 9 oktober 1997 door de Kantonrechter vastgestelde gebruiksvergoeding over de periode van 1 oktober 1997 tot en met 30 september 1998, in totaal ƒ 714.364,80, alles met de contractuele, dan wel wettelijke rente daarover;

- de veroordeling van Planex tot (contante) betaling van (ten minste) ƒ 60.768,63 aan gebruiksvergoeding voor elke maand dat het gebruik van het gehuurde na 30 september 1998 voortduurt, met de (eventuele) contractuele, dan wel wettelijke rente daarover;

- Planex te bevelen een bankgarantie te stellen volgens een door Elander opgestelde tekst.

Bij vonnis van 24 mei 2000 heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter in conventie bekrachtigd, in reconventie vernietigd en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- Planex veroordeeld om aan Elander aan huurtermijnen te betalen ƒ 1.014.982,74, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand vanaf de data waarop de desbetreffende huurtermijnen zijn vervallen tot de voldoening;

- Planex veroordeeld om aan Elander ƒ 2.142.029,52 aan gebruiksvergoeding te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data waarop de betreffende termijnen zijn vervallen tot de voldoening, en

- het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: de curator - beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Elander heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Elander begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 juni 2002.