Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD9909

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-03-2002
Datum publicatie
08-03-2002
Zaaknummer
C01/216HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD9909
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 162
JWB 2002/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 maart 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/216HR

MP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser], handelende onder de naam [...],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,

t e g e n

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1.Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 4 juni 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: Kruis - gedagvaard voor de Kantonrechter te Gorinchem en - kort gezegd en na vermeerdering en vermindering van eis - gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van bedragen ter zake van achterstallig vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen, zoals die in de dagvaarding staan vermeld, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede tot betaling van een bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.

[eiser] heeft de vordering bestreden.

De Kantonrechter heeft bij vonnis van 12 april 1999 de vordering gedeeltelijk toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Dordrecht.

Bij tussenvonnis van 29 maart 2000 heeft de Rechtbank [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende [eiser] veroordeeld tot betaling van bedragen, zoals die in dit vonnis staan vermeld, ter zake van achterstallige vakantietoeslag en niet genoten vakantiedagen bij het einde van het dienstverband, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging, alsmede tot betaling van een nettobedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten.

Beide vonnissen van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 maart 2002.